Logo Printen Logo RSS logo facebook

1/12/2011: de Raad van de EU vraagt maatregelen voor een betere combinatie van werk en gezin

60. 1/12/2011: de Raad van de EU vraagt maatregelen voor een betere combinatie van werk en gezin

De Europese Vrouwenlobby (EWL) vraagt dat de regeringsleiders nu ook actief werk zouden maken van de besluiten (in het Engels) die de Raad Werkgelegenheid en Sociale zaken aannam op 1 december 2011 in verband met de combinatie van arbeid en gezin. In de voetnoot vindt u meer in formatie over de impact van de Raad van de EU. [1]

Lidstaten worden gevraagd om:

  • maatregelen te nemen zodat de Barcelona-normen i.v.m. kinderopvang worden gehaald
  • mannen aan te zetten om in gelijke mate gezinstaken en -verantwoordelijkheden op te nemen
  • werk te maken van een kwalitatieve hulpverlening in de formele zorgsector
  • werkgevers aan te zetten om gezinsvriendelijke maatregelen te nemen
  • aandacht te geven aan gendergelijkheid bij de uittekening van het beleid op het vlak van ouderschapsverlof
  • genderstereotypen met betrekking tot arbeid en gezinsleven te bestrijden.

Financiële tegemoetkoming moet geleverd worden door de Europese Structurele Fondsen.

Deze maatregelen moeten het in de eerste plaats mogelijk maken dat vrouwen en mannen in gelijke mate kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt. De EWL stelt zich echter de vraag of deze aanbevelingen zullen uitmonden in een grotere gelijkheid van vrouwen en mannen.

De EWL meent dat nieuwe regelgeving rond het moederschapsverlof hier beterschap zou kunnen brengen. Het is ondertussen duidelijk dat 20 weken onaanvaardbaar is voor de regeringsleiders van de EU-lidstaten. Tijdens een informele ontmoeting van ministers voor gelijke kansen op 21 oktober in Krakow werd het moederschapsverlof (zelfs minder dan 20 weken) niet ondersteund. Besproken pistes waren: een langere tussenkomst door het ziekenfonds en een (lage) toelage voor moeders aan de haard. Ook het voorstel om de richtlijn te laten goedkeuren op basis van een gekwalificeerde meerderheid en niet met unanimiteit kwam ter tafel maar werd verworpen. Meer informatie hierover vindt u in het Voortgangsrapport.

Het is niet de eerste keer dat de combinatie arbeid en gezin op de Europese agenda stond. Reeds 12 maanden wordt er gedebatteerd over deze problematiek en in juni en in oktober aanvaardde de Raad conclusies rond dit thema. Lees de Raadsconclusies van 3 oktober en van 17 juni 2011.

Bekijk hier alle conclusies van de Raad van de EU.

[1] De Raad van de Europese Unie is het voornaamste besluitvormende orgaan van de Europese Unie. Hij is samengesteld uit de ministers van de lidstaten en de Europese Commissarissen. De Raad bestaat uit verschillende formaties (10). Afhankelijk van het onderwerp dat wordt behandeld zal de daarvoor bevoegde minister en Europese commissaris aanwezig zijn.

De Raad heeft bevoegdheid op wetgevend vlak en op het vlak van de begrotingscontrole (samen met het Europees Parlement).

Besluiten van de Raad worden voorbereid door het COREPER. Dit is het comité van de Permanente Vertegenwoordigers dat is samengesteld uit diplomatieke vertegenwoordigers (ambassadeurs) van de lidstaten. Zij bereiden de vergaderingen en besluiten van de Ministerraad voor. Ze worden in hun taak bijgestaan door werkgroepen van ambtenaren uit de verschillende lidstaten.

Belangrijk voor gelijke kansen is de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO). Deze formatie is er ter bevordering van de kwaliteit van het leven van de Europese burgers op vlak van sociale bescherming en bescherming op het werk. Eén van de aandachtspunten hierbij is gelijke kansen voor alle burgers.

Binnen de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO) (= raadsvergadering van de ministers Sociale Zaken en Werkgelegenheid) worden de meeste besluiten genomen die van belang zijn op het gebied van gendergelijkheid en de situatie van vrouwen.

Tijdens het Voorzitterschap is er gewoonlijk één maal een "informele raad" rond emancipatievraagstukken. Een informele raad neemt geen formele besluiten maar buigt zich meestal wel over belangrijke langere termijn thema’s waarover wel politieke lijnen worden uitgezet.