Logo Printen Logo RSS logo facebook

De Belgische grondwet

De Grondwet bepaalt de gelijkheid van alle Belgen voor de wet, omschrijft de politieke rechten van de inwoners van België en voorziet in enkele bepalingen die de gelijke en proportionele vertegenwoordiging van de verschillende taalgemeenschappen in de politiek moeten garanderen. Voor de volledige tekst van de Belgische grondwet, zie de site van de Senaat, onder de rubriek ’Documentatie’.

1. Bestaande bepalingen

- Enkele citaten uit de voornaamste artikels waarin sprake is van gelijke rechten voor alle burgers (met de nieuwe artikels 10 en 11bis): De grondwet heeft het sinds 21 februari 2002, met de wijziging in het artikel 10 en de introductie van artikel 11bis, expliciet over de gelijkheid tussen vrouwen en mannen. Over de invoering van deze vernieuwing vindt u achtergrondinformatie in de wet van 21 februari 2002 ((14) Wijzigingen van 21 februari 2002)

Art. 10
’Er is in de Staat geen onderscheid van standen’. ’De Belgen zijn gelijk voor de wet [...]. De gelijkheid tussen vrouwen en mannen is gewaarborgd.’
Art. 11
’Het genot van de rechten en vrijheden aan de Belgen toegekend moet zonder discriminatie verzekerd worden.’
Art. 11bis.
’De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen voor vrouwen en mannen de gelijke uitoefening van hun rechten en vrijheden, en bevorderen meer bepaald hun gelijke toegang tot de door verkiezing verkregen mandaten en de openbare mandaten. De Ministerraad en de Gemeenschaps- en Gewestregeringen tellen personen van verschillend geslacht. De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel organiseren de aanwezigheid van personen van verschillend geslacht binnen de bestendige deputaties van de provincieraden, de colleges van burgemeester en schepenen, de raden voor maatschappelijk welzijn, de vaste bureaus van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en in de uitvoerende organen van elk ander interprovinciaal, intercommunaal of binnengemeentelijk territoriaal orgaan. Het voorgaande lid is niet van toepassing wanneer de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel de rechtstreekse verkiezing organiseren van de bestendig afgevaardigden van de provincieraden, van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, van de leden van het vast bureau van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of van de leden van de uitvoerende organen van elk ander interprovinciaal, intercommunaal of binnengemeentelijk territoriaal orgaan.’
Art. 12
’De vrijheid van de persoon is gewaarborgd.’

- Stemrecht:
Een wet van 11 december 1998 bepaalt dat het stemrecht (in 1948 toegekend aan vrouwen) met ingang van 1 januari 2001 in bepaalde omstandigheden ook verleend wordt aan inwoners van België uit andere lidstaten van de Europese Unie. Deze wetswijziging voorziet tevens in de mogelijkheid om dit recht uit te breiden tot de in België verblijvende onderdanen van landen die niet tot de EU behoren.

Art. 8
’De staat van Belg wordt verkregen, behouden en verloren volgens de regelen bij de burgerlijke wet gesteld. De Grondwet en de overige wetten op de politieke rechten bepalen welke de vereisten zijn waaraan men moet voldoen, benevens de staat van Belg, om die rechten te kunnen uitoefenen. In afwijking van het tweede lid kan de wet het stemrecht regelen van de burgers van de Europese Unie die niet de Belgische nationaliteit hebben, overeenkomstig de internationale en supranationale verplichtingen van België.
Het stemrecht bedoeld in het vorige lid kan door de wet worden uitgebreid tot de in België verblijvende niet-Europese Unie onderdanen, onder de voorwaarden en op de wijze door haar bepaald.’

Voor een volledig overzicht van deze wetswijziging, de chronologie van haar totstandkoming en een verwijzing naar de parlementaire stukken terzake, zie de wijzigingen van de grondwet van 11 december 1998 ((8) Wijziging van 11 december 1998).

- Taalkundige pariteit
Minder bekend zijn de grondwettelijke bepalingen die een paritaire vertegenwoordiging van de diverse taalgemeenschappen van België in de federale regering moeten garanderen. Er gaan stemmen op om parallel de man-vrouw pariteit in de grondwet in te schrijven. (zie hieronder: voorstellen tot wijzigingen)

Art. 99
’De Ministerraad telt ten hoogste vijftien leden.’ ’De Eerste Minister eventueel uitgezonderd, telt de Ministerraad evenveel Nederlandstalige als Franstalige ministers.’
Art. 104
’De grondwettelijke bepalingen betreffende de ministers zijn op de federale staatssecretarissen mede van toepassing, met uitzondering van de artikelen 90, tweede lid, 93 en 99.’

2. Voorstellen tot wijziging

De voorstellen tot wijziging van de grondwet met het oog op een betere garantie van gelijke rechten tussen mannen en vrouwen richten zich vooral op de omschrijving van de basisrechten in artikel 10 en op de garanties voor een taalkundige pariteit in de federale regering in artikels 99 en 104.

- 22 december 1999 (Senaat, nr. 2-250)
Voorstel van verklaring tot herziening van de artikelen 99 en 104 van de Grondwet om nieuwe bepalingen in te voegen betreffende de gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen

- 3 mei 2000 (Kamer, nr. 50-624)
Voorstel van verklaring tot herziening van de artikelen 99 en 104 van de Grondwet met het oog op de invoeging van nieuwe bepalingen die ertoe strekken een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen te waarborgen. [Op 04-04-2003 werd het voorstel tijdens de plenaire zitting van de Senaat verworpen. Het wordt bijgevolg niet opgenomen in de verklaring van de Herziening van de grondwet.]

- 18 juni 2009 (Senaat, nr. 4-1363/1)
Voorstel om in de terminologie van de GW de geslachtsgelijkheid tot uitdrukking te brengen. Overgenomen van een voorstel dat reeds op 11 oktober 2005 werd ingediend.