Logo Printen Logo RSS logo facebook

Het Belgisch kieswetboek

Sinds de goedkeuring van de wet van 24 mei 1994 (Belgisch Staatsblad*, 01/07/1994) - ook wel de wet Smet-Tobback genoemd (de invoering van 1/3-2/3 quota voor personen van verschillend geslacht op de lijsten) - werd de kieswetgeving veelvuldig aangepast om tot paritaire kandidaatslijsten te komen. Maar ook andere aanpassingen hebben een impact.

1. Bestaande bepalingen

• Gelijke vertegenwoordiging en ritssysteem
De wet van 18 juli 2002 (Belgisch Staatsblad*, 28/08/2002 en Senaat, nr. 2-1023) waarborgt een gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen op de kandidatenlijsten voor de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers en van de Raad van de Duitstalige gemeenschap:

Art. 117bis
‘Op elk van de lijsten mag het verschil tussen het aantal kandidaten van elk geslacht niet groter zijn dan één.
De eerste twee kandidaten van elk van de lijsten moeten van een verschillend geslacht zijn.’

Deze wet wijzigt op dezelfde wijze eveneens de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop de Raad van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen in het art. 22bis.

De wet van 18 juli 2002 is ook afgekondigd als ‘Bijzondere wet tot waarborging van een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen op de kandidatenlijsten van de kandidaturen voor de verkiezingen van de Waalse Gewestraad, de Vlaamse Raad en de Brusselse Hoofdstedelijke Raad’ (Belgisch Staatsblad, 13-09-2002) waarin dezelfde termen werden opgenomen als hierboven.
Er werd dus geopteerd voor de gelijke vertegenwoordiging vrouw/man op de lijsten waarbij de twee eerste plaatsen ingenomen worden door een man en een vrouw. Het zogenaamde ritssysteem, waarbij een politica en een politicus elkaar over de volledige lijst afwisselen, een eis van de vrouwenbeweging, haalde het dus niet.
Tenslotte worden de federale entiteiten evenals de gefedereerde entiteiten wettelijk verplicht om de effecten van de wet op de vertegenwoordiging van verkozenen te evalueren op hun niveau: ‘Elke assemblee evalueert binnen zes maanden na haar samenstelling de uitwerking van deze wet op de aanwezigheid van het aantal vrouwelijke verkozenen in zijn midden’. De bijzondere wet van 2 maart 2004 houdende wijzigingen inzake kieswetgeving bevestigt deze bepalingen (Belgisch Staatsblad*, 26/03/2004, Senaat nr. 3-473).

Op lokaal niveau dient elk gewest in het kader van zijn bevoegdheden een gelijkaardige maatregel te nemen om paritair samengestelde lijsten te voorzien voor de gemeenteraadsverkiezingen:

  • Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Ordonnantie ertoe strekkende evenveel mannen als vrouwen op de gemeentelijke kieslijsten te plaatsen (Belgisch Staatsblad, 09/03/2005, PRB nr/64/04-05). De eerste twee kandidaten van elke lijst moeten van verschillend geslacht zijn.
  • Vlaams Gewest: Decreet van 16 februari 2006 houdende wijziging van de Gemeentekieswet (Belgisch Staatsblad, 28/02/2006, Vlaams Parlement, nr. 637(05-06). De eerste drie kandidaten van elke lijst moeten van verschillend geslacht zijn.
  • Waals Gewest: Décret du 30 novembre 2005 modifiant certaines dispositions du Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Belgisch Staatsblad, 02/01/2006, Waals Parlement, nr. 204(04-05). De eerste twee kandidaten van elke lijst moeten van verschillend geslacht zijn.

• Devolutieve kracht van de lijststem
De Raad voor de gelijke kansen voor mannen en vrouwen stelt in haar advies van 7 april 2000 dat de vermindering van de devolutieve kracht van de lijststem de politieke vertegenwoordiging van vrouwen kan verstevigen maar geen garantie biedt terzake. In een recent advies van 2006 (nr. 106) betreffende de gemeente- en provincieraadsverkiezingen, herneemt de Raad dit thema en wijst op de contradictie tussen quota en de afschaffing van de lijststem. Het quotasysteem heeft als doel het verzekeren van de aanwezigheid van vrouwen op verkiesbare plaatsen op de lijst, terwijl de afschaffing van de lijststem de volgorde van de lijst aanpast naargelang het aantal voorkeurstemmen, die vaker aan mannen worden toegekend dan aan vrouwen.

In de loop van 2000 werden verschillende wetsontwerpen aanvaard die op alle electorale niveaus de devolutieve kracht van de lijststem verminderden en die het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers afschaffen. Deze wetten beogen meer gelijkheid tussen de kandidaten te brengen en het belang van de voorkeursstemmen te vergroten:

  • wet van 26 juni 2000 (Belgisch Staatsblad, 14/07/2000) voor de verkiezing van de provincie- en de gemeenteraden en het Europees Parlement (+ aanvulling Belgisch Staatsblad, 24/01/2001);
  • wet van 27 december 2000 (Belgische Staatsblad, 24/01/2001) voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap;
  • wet van 22 januari 2002 (Belgisch Staatsblad, 23/02/2002) voor de verkiezing van de Vlaamse Raad, de Waalse gewestraad en de Brusselse Hoofdstedelijke Raad.

Op lokaal niveau werden verschillende maatregelen aangenomen door de drie gewesten:

  • Brussels Hoofdstedelijk Gewest: devolutief effect van 1/2
  • Vlaams Gewest: devolutief effect van 1/3
  • Waals Gewest: devolutief effect van ½

2. Voorstellen tot wijziging

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werden twee voorstellen van ordonnantie ingediend bij het Brussels Parlement betreffende het verzekeren van de aanwezigheid van één persoon van verschillend geslacht in het schepencollege. Beide voorstellen, in maart 2005 (A-118) en juni 2005 (A-170) werden beiden weer ingetrokken door de indieners ervan.

In 2000 werden zowel in de Kamer als Senaat een voorstel tot wijziging van de kieswet ingediend om vrouwelijke kandidaten de mogelijkheid te geven de naam van hun echtgenoot te gebruiken of toe te voegen aan hun eigen naam. Wanneer ze ondertussen gescheiden zijn, zouden ze de toestemming van hun ex-echtgenoot nodig hebben. De auteurs van het voorstel verwijzen naar de historische en sociale context waarbij vrouwen vroeger -want dit gebruik verdwijnt- de naam van hun echtgenoot gebruikten en dus onder deze ‘nieuwe’ naam gekend waren. Dit voorstel werd verworpen door de Kamer. Centraal in de discussie stond de stelling dat vrouwen gestimuleerd moeten worden om ten allen tijde hun eigen naam te gebruiken, omdat dat hun emancipatie ten goede komt.

In juni 2000 werd eveneens een ‘wetsvoorstel tot wijziging van de provinciewet en de nieuwe gemeentewet met het oog op een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de bestendige deputatie en het college van burgemeester en schepenen’ (Kamer, nr. 50-758) ingediend. Dit voorstel houdt in dat maximum twee derden van de leden van de bestendige deputatie en van het college van burgemeester en schepenen van het zelfde geslacht kunnen zijn, maar het werd wegens de ontbinding van de kamers voor de verkiezingen van 2003 niet afgerond.

Nota:

U kunt de wetgevende documenten op twee manieren raadplegen:

  • Voor de definitieve teksten verwijzen we u door naar het Belgisch Staatsblad. Bij elke wet staat daar bovendien in een nota aangegeven welke parlementaire documenten relevant zijn voor de voorgeschiedenis en de opvolging van de tekst. Zoeken in het Staatsblad doet u via de datum van de publicatie van de tekst.
  • Op de website van de Senaat zijn de fiches van de wetgevende dossiers te raadplegen (voor zowel de Kamer als de Senaat). Ze bevatten informatie over de verschillende teksten die ter discussie voorliggen en over de stand van zaken in het dossier. Kies ’Voor wie verder wil gaan’ en dan ’Wetgevingsdossier’ en zoek op het vermelde dossiernummer. Vergeet niet aan te geven of het over de Kamer of de Senaat gaat.