Logo Printen Logo RSS logo facebook

31 januari 2013: Eerste Interfederaal actieplan tegen homofoob en transfoob geweld

Op 31 januari 2013 publiceerde federaal minister van Gelijke Kansen, Joëlle Milquet, een interfederaal plan tegen homofobie en transfobie, dat de krachten op de verschillende beleidsniveaus bundelt. Het plan werd uitgewerkt met de steun van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, het Centrum voor de Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding en met LGBT-verenigingen. Het gemeenschappelijk plan van de verschillende regeringen in ons land bevat maatregelen op vlak van onderzoek naar geweld, betere wetgeving, preventiebeleid, sensibilisering, slachtofferhulp en opvolging en vervolging van geweldplegers.

Prioriteiten in de strijd tegen homofobie en transfobie [1]

1. Wetenschappelijke kennis uitwisselen en stimuleren
De uitwisseling van bestaande en nieuwe onderzoeksresultaten moet bijdragen tot een efficiëntere strijd tegen homofobie en transfobie. Een interdepartementale werkgroep met vertegenwoordigers van gelijke kansenorganen en van de betrokken administraties, zal deze uitwisseling op zich nemen en zal een verdere uitbreiding van het onderzoek aanmoedigen, zoals onderzoek naar dadermotieven en –profielen op basis van seksistische stereotypen.

2. Wet- en regelgeving aanpassen
De regelgevingen op federaal en gewestelijk niveau alsook op het vlak van de gemeenschappen in verband met discriminatie, en de antipestwet van 4 augustus 1996 zullen uitgebreid worden naar de bescherming van transgenders (door genderidentiteit en –expressie in de regelgeving op te nemen). De uitbreiding van de antipestwet wordt op 1 februari aan de ministerraad van de federale regering voorgelegd.
Ook de recent goedgekeurde wet op de strafverzwaring voor haatmisdrijven en de gemeenschappelijke rondzendbrief politie/justitie betreffende alle discriminatiegronden, die in maart wordt afgerond, zullen op dezelfde manier worden aangepast.
De wet transseksualiteit van 10 mei 2007 zal eveneens geëvalueerd worden met het oog op aanpassing ervan.

3. De preventie verbeteren
Om de opvang en dienstverlening voor LGBT-personen adequater te laten verlopen, zullen professionelen uit de psycho-medisch-sociale sector (zoals artsen, personeel van gezondheidsinstellingen inclusief spoeddiensten, welzijnsorganisaties en centra voor familiale planning), alsook het politiepersoneel doelgericht worden gevormd en de nodige ondersteuning genieten. Zo zal gewaakt worden over een LGBT-perspectief in de voortgezette opleiding en in de diversiteitstraining van de opleiding in de politiescholen.

4. De sensibilisering verder opdrijven
Omdat homofobe en transfobe discriminatie en haatmisdrijven nog steeds slechts in beperkte mate worden aangegeven, moet de zichtbaarheid van seksuele diversiteit en genderdiversiteit worden verhoogd, onder meer via instellingen en organisaties met een pedagogische, wetenschappelijke of sociale functie.
De betrokken regeringen engageren zich om hier nauw rond samen te werken. Zowel de Vlaamse, de Franstalige als de Duitstalige gemeenschap zullen hun sensibiliseringsinspanningen voor jongeren voortzetten, voor thema’s zoals gelijkheid tussen mannen en vrouwen, seksuele oriëntatie en de strijd tegen stereotypes. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van zijn kant heeft sensibiliseringsacties opgezet bij het grote publiek en bij de eerstelijnshulpverleners. Er zullen aanmoedigingsmaatregelen genomen worden om het thema van seksuele oriëntatie en homofobie systematisch te integreren in de relationele, emotionele en seksuele opvoeding op school.
Daarnaast zullen naar aanleiding van de aanpassing van de antipestwet ook campagnes op de werkvloer worden gevoerd. Er zullen initiatieven genomen worden om de traditionele en de sociale media te sensibiliseren over hun rol in het ontwikkelen van stereotypen met betrekking tot seksuele oriëntatie, genderidentiteit en genderexpressie. Er zal specifieke aandacht gewijd worden aan cyberhaat.

5. De slachtofferhulp uitbreiden
Professionelen die werken met slachtoffers van homofobe en transfobe agressie moeten in staat zijn om adequate informatie en ondersteuning te bieden over de opvangmogelijkheden en rechten. Daartoe zullen de arrondissementele raden voor slachtofferzorg en -onthaal voldoende aandacht besteden aan de problematiek van deze slachtoffers.
De bestaande opleidingsinitiatieven voor de leden van de politiediensten, inclusief administratief personeel dat met het publiek in contact komt, zullen verbreed worden op het vlak van diversiteit, onthaal en bejegening van slachtoffers.

6. Zorgen voor een efficiënt opvolgings- en vervolgingsbeleid
Een nieuwe gezamenlijke rondzendbrief, die een nauwere samenwerking beoogt tussen politie en justitie, moet het mogelijk maken om alle vormen van homofobe discriminatie, inclusief haatmotieven, consequent te registreren. Zodra de genderwet is aangepast, zal dat ook gelden voor transfobe haatmotieven. Op die manier moet de politie over cijfers kunnen beschikken omtrent het aantal homofobe en transfobe daden, en kan ze een strategische analyse uitvoeren en een efficiënt preventiebeleid uittekenen. Het in kaart brengen van het fenomeen zal gebeuren door middel van een betere uitwisseling en analyse van de officiële statistieken tussen de verschillende discriminatiemeldpunten en de politiediensten. Ook de gegevens die voortvloeien uit de gemeentelijke administratieve sancties zullen deze statistieken aanvullen.

Tot slot is het van essentieel belang, de slachtoffers van homofobie en transfobie alsook de eventuele getuigen aan te moedigen om de feiten te signaleren.

De opvolging en uitvoering

Drie werkgroepen zullen het plan verder opvolgen:
- Een stuurgroep, bestaande uit de betrokken kabinetten, zal het plan evalueren op basis van een voortgangsrapport van de interdepartementale werkgroep. Ze bepaalt de timing en staat in voor de communicatie over het plan.
- Een interdepartementale werkgroep bestaande uit de betrokken administraties en gelijke kansenorganen, moet de samenwerking bevorderen tussen de verschillende departementen en de uitwisseling van goede praktijken en expertise.
- Een interfederaal expertennetwerk, bestaande uit het IGVM (Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen), het CGKR (Centrum voor de Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding), onderzoekers, terreindeskundigen en de betrokken administraties, wordt belast met het uitwisselen van wetenschappelijke kennis alsook van de onderzoeksresultaten, en identificeert lacunes.

De uitbreiding

In een volgende fase zal het plan verruimd worden en zal het ook discriminatie op basis van seksuele oriëntatie, identiteit of genderexpressie in de ruimere zin aanpakken. Dit houdt in dat het huidige plan inhoudelijk verbreed en geconcretiseerd zal worden in acties en indicatoren. Daarnaast zal er ook een matrix van bestaande beleidsacties worden opgesteld, om het uitwisselen van goede praktijken te bevorderen.

Consulteer het Interfederaal Actieplan tegen Homofoob en Transfoob Geweld.