Logo Printen Logo RSS logo facebook

Gendergelijkheid in de Raad van de Europese Unie

De Raad van de Europese Unie is het voornaamste besluitvormende orgaan van de Europese Unie. [1] De Raad van de EU is de instelling waarin de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten zitting hebben. Er zijn geen vaste leden van de Raad, want de samenstelling van de Raadszittingen wisselt naargelang van de te behandelen onderwerpen.

De Raad is één juridische entiteit, maar houdt zittingen in tien verschillende "formaties", afhankelijk van het te bespreken onderwerp. De Raad krijgt ondersteuning van het Comité van permanente vertegenwoordigers en meer dan 150 uiterst gespecialiseerde werkgroepen en comités – dit zijn de "voorbereidende instanties van de Raad". Deze instanties buigen zich over wetgevingsvoorstellen, voeren studies uit en verrichten ander voorbereidend werk op basis waarvan de Raad uiteindelijk besluiten neemt. Het voorzitterschap van de Raad van de EU rouleert tussen de lidstaten en wisselt halfjaarlijks. Een groep van 3 Lidstaten (het principe van de troïka) verzekert het voorzitterschap voor een periode van 18 maanden en dit om een zekere continuïteit in het beleid te waarborgen. Het voorzitterschap zit op alle niveaus de zittingen/vergaderingen voor: van de Raad, het Comité van permanente vertegenwoordigers en de werkgroepen. Het stelt richtsnoeren op en brengt compromissen tot stand op grond waarvan de Raad besluiten kan nemen.

De meeste besluiten die van belang zijn op het gebied van gendergelijkheid worden genomen binnen de Raadsformatie "Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO)". Deze formatie dient om de werkgelegenheid te verhogen en om de kwaliteit van het leven van de Europese burgers te bevorderen, door de sociale bescherming en bescherming op het werk te garanderen. Eén van de aandachtspunten hierbij is gelijke kansen voor alle burgers. Maar ook andere Raadsformaties kunnen besluiten aannemen die van belang zijn voor de positie van vrouwen.

Belangrijke besluiten aangenomen door de Raad zijn de Conclusies van de Raad van 7 maart 2011 over het Europees pact voor gendergelijkheid (2011-2020). Door dit Pact wordt gendergelijkheid ondermeer geïntegreerd in alle beleidsterreinen, en met name in de context van de Europa 2020-strategie. En jaarlijks zullen de vorderingen op het gebied van gendergelijkheid door de ministers op het niveau van de Raad worden besproken. Door het aannemen van dit Pact verklaren de nationale regeringen van de EU-lidstaten zich akkoord zich in te zetten voor de uitvoering op nationaal niveau van de "Strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2010-2015" van de Europese Commissie. In oktober 2015 nam de Raad het Genderactieplan 2016-2020 (EN) aan.

[1] Lees meer over de Europese besluitvorming in de Toolkit.