Logo Printen Logo RSS logo facebook

RGK eist meer aandacht voor individualisering van rechten bij pensioenhervorming

44. RGK eist meer aandacht voor individualisering van rechten bij pensioenhervorming

Op 27 maart 2014 keurde de Kamer van Volksvertegenwoordigers drie wetsontwerpen voor pensioenhervormingen goed:

1. Het wetsontwerp tot wijziging van het rustpensioen en het overlevingspensioen
2. Het voorstel voor invoering van de overgangsuitkering in de pensioenregeling voor werknemers
3. Het voorstel voor een geleidelijke opheffing van de verschillen in behandeling die berusten op het onderscheid tussen werklieden en bedienden inzake aanvullende pensioenen.

Op 28 maart keurt de ministerraad het voorontwerp van wet tot wijziging van de wetgeving betreffende de overlevingspensioenen definitief goed. Het voorontwerp werd aangepast aan het advies van de Raad van State. [1]

Deze geplande wetswijziging is volgens de Raad van de Gelijke Kansen van Mannen en Vrouwen (RGK) echter een gemiste kans om werk te maken van de individualisering van de rechten, al jaren een strijdpunt van de RGK.

Door dit wetsvoorstel vervangt de overheid het overlevingspensioen door een overgangsuitkering voor toekomstige weduwen en weduwnaars jonger dan 45. Het wil zo een antwoord bieden op de "werkloosheidsval" die vooral vrouwen bedreigt die geen eigen rechten voor een rustpensioen kunnen opbouwen. De leeftijd van 45 jaar wordt tegen 2025 geleidelijk opgetrokken tot 50 jaar à rato van 6 maanden per jaar.

Eerdere adviezen

Op 21 maart keurde de RGK drie adviezen goed over de voorontwerpen van wet tot wijziging van het rustpensioen en het overlevingspensioen voor werknemers, tot hervorming van het overlevingspensioen voor zelfstandigen en de aanpassing van het overlevingspensioen in de openbare sector.
De Raad eist hierin een echte hervorming van de afgeleide rechten die momenteel de pensioenrechten aantasten en die gaan over het gezinsbedrag, het overlevingspensioen en het echtscheidingspensioen. Bovendien is de RGK ongerust over het gewenste succes van een mogelijke herinschakeling, en vraagt daarom een duidelijke uitleg over de beloofde begeleidingsmaatregelen. Deze begeleidingsmaatregelen zijn een verantwoordelijkheid van de gewesten.

In zijn advies nr. 130 van 10 december 2010 [2] vroeg de RGK het volgende:

- De geleidelijke vervanging van afgeleide rechten door individuele rechten moet leiden tot een verhoging van deze laatste: het individueel vervangingspercentage zou geleidelijk van 60% naar 75% van het gemiddelde van de 25 beste jaren moeten gebracht worden. Dit zou ook leiden tot het verdwijnen van het gezinsbedrag.
- In tussentijd zou het gezinsbedrag beperkt moeten worden tot de effectieve duur van het huwelijk.
- Het overlevingspensioen zou verdeeld moeten worden tussen de opeenvolgende overlevende echtgenoten naar verhouding van het aantal gehuwde jaren.
- Elke hervorming moet gepaard gaan met een bewustmaking: op lange termijn zal het huwelijk geen afgeleide rechten meer openen. Jonge meisjes moeten bijgevolg het belang inzien van zelf voldoende te werken, om zo hun eigen rechten te kunnen opbouwen. Tijdens de overgangsperiode zullen de duur van het huwelijk en het aantal kinderen de toekenning van het recht bepalen.


Meer informatie op de website van de RGK.

Adviezen van de RGK:

- Advies nr. 142 van 21 maart 2014 : betreffende een voorontwerp van wet “tot wijziging van het rustpensioen en het overlevingspensioen en tot oprichting van de overgangsuitkering, in de pensioenregeling voor werknemers”

- Advies nr. 143 van 21 maart 2014 : betreffende een voorontwerp van wet “tot wijziging van de wetgeving betreffende de overlevingspensioenen van de overheidssector”

- Advies nr. 144 van 21 maart 2014 : betreffende een voorontwerp van wet “tot hervorming van het overlevingspensioen van zelfstandigen”


- Dossierfiche van het wetsontwerp in de Kamer
- Dossierfiche van het wetsontwerp in de Senaat


Artikel in De Morgen: "Kamer keurt hervorming overlevingspensioen goed"