Logo Printen Logo RSS logo facebook

Dubbele familienaam: art. 2 van de Wet van 8 mei 2014 discrimineert de moeder

Dubbele familienaam: art. 2 van de Wet van 8 mei 2014 discrimineert de moeder

In een persbericht vraagt het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM) aan het Grondwettelijk Hof om de vernietiging van artikel 2 over de naamsoverdracht. Op basis van dit artikel beschikt de vader immers over een vetorecht bij onenigheid tussen de ouders over de familienaam van hun kind. De bepaling discrimineert vrouwen.

Art. 2. Artikel 335 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 1 juli 2006, wordt vervangen als volgt :
"Artikel 335. § 1. Het kind wiens afstamming van vaderszijde en afstamming van moederszijde tegelijkertijd komen vast te staan draagt ofwel de naam van zijn vader, ofwel de naam van zijn moeder, ofwel één die samengesteld is uit hun twee namen, in de door hen gekozen volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen. De ouders kiezen de naam van het kind op het ogenblik van de aangifte van de geboorte. De ambtenaar van de burgerlijke stand neemt akte van deze keuze. In geval van onenigheid of bij afwezigheid van keuze, draagt het kind de naam van de vader.

[Bron: Wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde, article 2.]

Sinds de in werking treding van de wet op 1 juni 2014, heeft het Instituut reeds verschillende klachten ontvangen. Daarom stelt het IGVM de volgende regeling voor: gebruik bij onenigheid tussen de ouders of bij afwezigheid van een keuze automatisch de dubbele familienaam, met een neutrale regel om de volgorde van de twee namen te bepalen.

« Wie de bestaansreden van deze wet in twijfel trekt, willen we er aan herinneren dat het principe van de gelijkheid van vrouwen en mannen in de Belgische grondwet zelf is ingeschreven. Dit principe moet ook in familiekring erkend worden. Wie de vraag stelt of deze wet aan een maatschappelijke behoefte beantwoordt, stelt in feite de vraag of gelijkheid van vrouwen en mannen aan een maatschappelijke behoefte beantwoordt» voegt Liesbet Stevens-Van Ongeval, de adjunt-directeur van het IGVM, toe.

Je kan het perbericht nalezen op de website van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen: http://igvm-iefh.belgium.be/nl/nieu....

 [1]