Logo Printen Logo RSS logo facebook

Pensioenhervorming: vrouwen let op! Verslag van de Vrouwenraad-studievoormiddag

Pensioenhervorming: vrouwen let op! Verslag van de Vrouwenraad-studievoormiddag

Oproep aan het vrouwenmiddenveld

Op 28 april organiseerde de Vrouwenraad een studievoormiddag over de "Gevolgen van loopbaankeuzes v/m en de komende pensioenhervorming" met prominente spre.e.k.st.ers. De Vrouwenraad-voorzitster, Magda De Meyer, zelf opende de studievoormiddag met een verduidelijkende schets van de situatie. Na haar aan het woord: Yvette Raes, onafhankelijke expert; Bea Cantillon, directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid van de UA en lid van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 [1]; Sonja Becq, volksvertegenwoordiger CD&V; Kim De Witte, docent Leergang Pensioenrecht KU Leuven en pensioenspecialist PvdA en Gilbert De Swert, voormalig hoofd Studiedienst ACV.

De studievoormiddag was erg interessant en wij brengen hieronder graag een meer gedetailleerd maar beknopt verslag uit van de afzonderlijke bijdragen. Maar wat ons vooral bijbleef was de oproep van prof. Bea Cantillon:

"Vrouwenorganisaties en gelijke kansenorganen moeten bij deze pensioenhervorming aandacht vragen voor het in rekening brengen van zorg. Zoniet wordt er voorbijgegaan aan dit probleem."

Uitzonderingen voor "zware beroepen" krijgen media-aandacht en hiermee ook aandacht van de pensioencommissie. Een minstens even prangend maatschappelijk probleem is de organisatie en de financiële gevolgen _ tijdens de loopbaan en later bij de pensionering _ van het opnemen van onbezoldigde zorgtaken. Momenteel bedraagt de pensioenkloof in België immers 31% (gemiddeld maandelijks pensioen van vrouwen 1.209 €, dat van mannen 1.754 €, cijfers 2012) [2] en dit is grotendeels te verklaren door de ’gebroken’ loopbanen van vrouwen. Hoogtijd voor het uitdenken en implementeren van creatieve pistes om zorg te organiseren. En wel op zo’n manier dat niet vrouwen het gelag betalen. De Vrouwenraad neemt alvast deze uitdaging aan en maakt van de pensioenhervorming het speerpunt van zijn werkjaar 2015.

De afzonderlijke bijdragen

Magda De Meyer, Drie decennia besparingsmaatregelen in de pensioenen: een feministische terugblik
Magda De Meyer benadrukt ondermeer dat er bij de gelijkschakeling van de wettelijke pensioenleeftijd en -berekening van 1996-1997 [3] onder druk van de EU (waardoor vrouwenpensioenen voortaan in 45sten werden berekend) onvoldoende werk gemaakt is van compensatiemaatregelen voor vrouwen. De Raad van de Gelijke Kansen Mannen en Vrouwen berekende in 1997 [4] dat de verhoging van de pensioenleeftijd en -berekening in -45sten tegen 2005 voor vrouwen een totaalverlies opbracht van 554786382,66 euro; voor mannen bedraagt dit verlies 183441431,27 euro. Magda De Meyer stelt ook vast dat de verhoging van de effectieve leeftijd om vervroegd op pensioen te gaan, gekoppeld aan striktere loopbaanvoorwaarden (2019: 63 jaar indien 42 FTE-dienstjaren) [5], voorbijgaat aan de reële situatie van vrouwen: drie op vier vrouwen (tegenover één op vier mannen) komen niet aan een loopbaan van 42 jaar (gelijkgestelde periodes meegerekend) en een vervroegde pensionering wordt op deze manier voor hen onmogelijk. Vanuit feministisch oogpunt vraagt Magda Demeyer om een gecorrigeerd individuele rechtenmodel en om, op termijn, een afschaffig van de afgeleide pensioenrechten. Zij pleit ook voor het maken van simulaties voor de pensioensplitsing tussen de partners die rekening houden met verschillende parameters: de wettelijke en aanvullende pensioenen; de duur van de relatie; model 50/50, 40/60, verplicht of vrije keuze; lage inkomens enz. En zij besluit: "Quid gendertest en de grote pensioenhervorming?"

Yvette Raes, Genderbril op loopbanen & pensioenen
Yvette Raes vergelijkt de huidige pensioenregeling met de voorstellen van de Pensioencommissie en wijst daarbij in een gedetailleerde analyse op de elementen die gendergevoelig zijn en waarvan wij er hier enkele aanhalen. Wat de pensioenberekening betreft stelt de Commissie een puntensysteem voor [6]. Tijdens hun actieve leven verzamelen mensen punten, die op het ogenblik van hun pensionering worden omgezet in euro’s. Hoeveel punten men verwerft, hangt af van de hoogte van het arbeidsinkomen (gendergevoelig!) en van de duur van de loopbaan (gendergevoelig!). Ook aan gelijkgestelde perioden worden punten toegekend. De vrouwenbeweging moet in het oog houden _ want ook gendergevoelig _ op welke wijze deze worden geëvalueerd, aldus Raes. Ook onderstreept zij de mogelijke financiële impact van ziekteperiodes die volgen op een gelijkgestelde periode (en die dan vergoed worden met de gelijkgestelde periode als referentiepunt). Daarnaast moet er rekening gehouden worden met het feit dat loopbaanjaren steeds worden gerekend in FTE (Full Time Equivalent), hetgeen een grote impact heeft zowel op de (on)mogelijkheid voor vrouwen om met vervroegd pensioen te gaan als op de hoogte van het pensioenbedrag. [7] Als positief voor vrouwen signaleert zij dat de regering beloofde om een actieplan op te stellen om de loonkloof tussen vrouwen en mannen te verminderen en dat de gemotiveerde redenen om tijdskrediet te nemen werden uitgebreid [8].

Bea Cantillon, Het rapport van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040: de gezins- en genderdimensie: een vooruitblik
Bea Cantillon opent haar bijdrage met de stelling dat de pensioenen, zoals ze vandaag bestaan, onbetaalbaar zijn op lange termijn en dat er zich dus een hervorming van het pensioensysteem opdringt. De recent op vraag van de ministers Decroo en Laruelle opgerichte Commissie deed een aantal voorstellen om hieraan te remediëren. Zij vertrekken hierbij van de idee van een "samenlevingscontract", dat op drie waarden gebaseerd is: solidariteit, individuele verantwoordelijkheid en intergenerationeel evenwicht. De voorgestelde hervorming mondt uit in een puntensysteem dat de lasten tussen de generaties op een billijke manier moet verdelen. Tijdens de beroepsloopbaan verzamelt men punten op basis van de gewerkte jaren en het verdiende loon. Er wordt ook rekening gehouden met "gelijkgestelde perioden" en de berekening van de minimumpensioenen wordt grondig herbekeken. De waarde van deze punten staat in relatie tot de situatie van de anderen zodat de verschillende maatschappelijke groepen gelijk opgaan, ter plaatse trappelen of achteruitgaan.

De Commissie heeft ook getracht in de voorstellen de gezinsdimensie te integreren, maar dit was, aldus Cantillon, een zeer moeilijke kwestie omdat de leden van de Commissie (9 mannen/3 vrouwen) het onderling niet eens waren. De Commissie probeerde een evenwicht te vinden tussen de logica van de individualisering, van de intrafamiliale solidariteit en van de interfamiliale solidariteit, die de verantwoordelijkheid resp. bij het individu, bij het koppel en bij de samenleving legt. Het is zo dat de risico’s verbonden met zorg verminderd (hoewel niet verdwenen) zijn en dat het aantal egalitaire koppels (waar vrouwen en mannen financieel even sterk staan) gestegen is. Maar vooral laaggeschoolde vrouwen blijven zorgrisico’s lopen en volgen het ritme van de emancipatie niet. Bea Cantillon beklemtoont dat voor deze groep van vrouwen de interfamiliale solidariteit onontbeerlijk blijft en deze dus niet mag worden loslaten.

Bea Cantillon wijst er ook op dat er nog massa’s ongerijmdheden bestaan binnen het huidige stelsel van afgeleide rechten (zoals bv. de disciminatie van tweeverdieners, het tekort aan bescherming in het geval van wettelijke samenwoning, de ongelijkheid tussen koppels, de aanzienlijke verschillen tussen ambtenaren, werknemers en zelfstandigen ... ) en pleit voor een afbouw ervan op zeer lange termijn. De Commissie nam nog andere punten onder de loep zoals de splitting bij echtscheiding, de splitting bij overlijden, het forfaitiseren van gezinspensioenen, de punten voor zorgarbeid... Maar vooral bij dit laatste punt staat Cantillon stil. Zij onderstreept dat er een veel grotere creativiteit aan de dag moet gelegd worden om de zorgarbeid te organiseren. Zij lanceert hiervoor een dringende oproep naar de vrouwenorganisaties en de gelijke kansenorganen. Enkel deze kunnen het maatschappelijk debat rond dit thema openen en de publieke opinie rond het belang ervan sensibiliseren.

Sonja Becq, Verdeling van pensioenrechten tussen partners
Sonja Becq licht het "Wetsvoorstel ter verdeling van pensioenrechten tussen partners" voor, dat zij indiende in de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 25 september 2014 [9]. Doel van dit voorstel is het debat te openen rond de solidariteit tussen partners bij de pensioenopbouw omdat loopbaankeuzes tijdens het actieve leven van een koppel vaak leiden tot uiteenlopende pensioenrechten. Zo loopt de partij die minder persoonlijke rechten heeft opgebouwd bv. na een echtscheiding een grotere kans op armoede.

Om de solidariteit tussen de partners expliciet te laten gelden voor de pensioenopbouw, pleit dit wetsvoorstel voor een gelijke verdeling van de wettelijke en aanvullende pensioenrechten opgebouwd tijdens het samenleven van beide partners. Dit ongeacht het feit of het koppel samenblijft of uit elkaar gaat en ongeacht het gekozen huwelijksvermogensstelsel. Enkel via een uitdrukkelijke clausule in het huwelijkscontract kunnen gehuwden afwijken van de voorziene verdeling (opt-out). Wettelijk samenwonenden met een duurzame relationele, affectieve band kunnen in hun samenlevingscontract uitdrukkelijk kiezen om mee te stappen in dit systeem van pensioenverdeling (opt-in).

De echtgenoten en samenwonenden die hun pensioenrechten delen krijgen recht op een overlevingspensioen in het geval van overlijden van hun partner. Gehuwden die uitdrukkelijk afzien van de verdeling, maken geen aanspraak op het overlevingspensioen.

Koen De Witte, Langer werken voor minder pensioen?
Koen De Witte neemt het pensioenplan van de regering Michel op de korrel. Hij hekelt de verstrenging van de pensioenvoorwaarden, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar en de op stapel staande besparingen in de pensioenen. De verhoging van de pensioenleeftijd is volgens De Witte ondoenbaar, onlogisch en onnodig. Ondoenbaar omwille van de algemene gezondheidstoestand die er erg op achteruitgaat bij drie op de vier mensen tussen de 55 en de 65 jaar en dit vooral bij laaggeschoolden. Onlogisch omdat er nu al meer dan 600.000 werklozen zijn en onnodig omdat in 2060 het deel van het BNP dat naar pensioenen gaat minder dan 15 procent zou bedragen, wat slecht een summiere stijging is tegenover het huidge percentage. [10].

De Witte pleit voor een sociaal pensioenplan gebaseerd op vijf concrete krachtlijnen: 1) het recht op rustpensioen vanaf 65 jaar en vervroegd pensioen vanaf 58 jaar, 2) het recht op brugpensioen vanaf 58 jaar, 3) de verhoging van de wettelijke pensioenen, 4) arme gepensioneerden uit armoede tillen en 5) het wegwerken van de pensioenkloof van vrouwen. Maar is dit voorstel ook betaalbaar? Jawel, zegt De Witte. De vergrijzing is een proces dat loopt over 30 tot 40 jaar en vereist daarom een lange termijnvisie die de welvaart verdeelt. Drie hoekstenen moeten deze verdeling mogelijk maken: 1) de vermogensbelasting, 2) een betere aanpak van de fiscale fraude en 3) de aanpak van de houtworm in de sociale zekerheid.

Gilbert De Swert, Financiering van de vergrijzing en van de pensioenen
Gilbert De Swert hield een geëmotioneerd betoog tegen de huidige pensioenmaatregelen en -voorstellen. De Swert volgde grotendeels de standpunten van Koen De Witte en is het grondig oneens met de bewering van de regering en de pensioencommissie dat de wettelijke pensioenen in de toekomst onbetaalbaar zullen zijn, indien men geen grondige hervormingen doorvoert.

[1] De Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 werd in 2013 opgericht door de toenmalige ministers bevoegd voor pensioenen, Alexander De Croo en Sabine Laruelle. Op de website van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 vind je informatie over de commissieleden en de uitgebrachte rapporten:

[2] Bron: EIGE, Gender gaps in pensions in de EU : research note to the Latvian Presidency, 2015, p.19-20. Meer informatie in dit artikel.

[3] Wet 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot de vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en KB 23 december 1996.

[4] Consulteer hiervoor hun "Advies Nr. 15 van 21 maart 1997 : betreffende bepaalde maatregelen goedgekeurd in het kader van de modernisering van de sociale zekerheid.

[5] Regeerakkoord 2014.

[6] In het huidige stelsel is het pensioen gelijk aan de som van de pensioenbedragen van elk loopbaanjaar. De formule die gehanteerd wordt is de volgende. Voor één kalenderjaar bekomt men: totaal loon X herwaarderingscoëfficiënt / 45 x gezinstoestand (60% of 75%).

[7] De wettelijk pensioenleeftijd van het vervroegd pensioen blijft 62 jaar (bij loopbaan van 40 jaar of 61 bij loopbaan van 61 jaar), de wettelijke pensioenleeftijd wordt 67 jaar.

[8] Meer informatie over federale maatregelen met het oog op het wegwerken van de loonkloof.

[9] Fiche Kamer van Volksvertegenwoordigers "Wetsvoorstel ter verdeling van pensioenrechten tussen partners.

[10] Ik citeer enkel het voornaamste aangehaalde argument.