Logo Printen Logo RSS logo facebook

Mantelzorgers : een stand van zaken (juni 2015)

Belangrijke actualisering :

1. Verzekering voor mantelzorgers
Op vraag van minister Peeters zouden verschillende verzekeraars voortaan een verzekering voor mantelzorgers aanbieden, aldus een artikel in De Standaard van 22/6/2015. De verzekering dekt de aansprakelijkheid, de lichamelijke schade en schade aan de toestellen die in het raam van de mantelzorg worden gebruikt. Ook een rechtsbijstandverzekering wordt in het pakket aangeboden. De voorwaarde om zich te kunnen aansluiten is een eenvoudige aanmelding als mantelzorger bij een van de zeven mantelzorgorganisaties in België.

2. Vrijstelling van zoeken naar werk
Ondertussen verscheen er ook een Koninklijk Besluit in het Staatsblad dat werkloze mantelzorgers vrijstelt van het zoeken naar werk. Bekijk de tekst van het Koninklijk Besluit van 15 april 2015 dat de artikelen 63, 114 en 116 wijzigt van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en de artikelen 90 en 125 in hetzelfde besluit in het kader van de mantelzorg herstelt, gepubliceerd in het Staatsblad op 22.04.2015.

3. Mantelzorg voor zelfstandigen
Op 25/6/2015 keurt de Ministerraad de Koninklijke Besluiten [1] goed die het statuut hervormen van de “zelfstandige mantelzorgers”. Deze voorziening die van toepassing is op de zelfstandigen, werd fundamenteel herzien en uitgebreid. Voortaan is zij toegankelijk voor de zelfstandige die zijn activiteit tijdelijk moet stopzetten of terugschroeven om een zwaar ziek familielid tot de tweede graad of een zwaar ziek gezinslid te verzorgen of bij te staan. Het wordt, door gelijkstelling, ook uitgebreid naar de zelfstandige die bij een gehandicapt kind of jongere jonger dan 25 jaar moet zijn.

Voortaan voorziet de voorziening het volgende:

  • een financiële uitkering van 1.070,94 € (gelijk aan het maandelijkse bedrag van het minimumpensioen van een alleenstaande zelfstandige, dit bedrag zal worden geïndexeerd);
  • een vrijstelling van betaling van sociale bijdragen;
  • een gelijkstelling voor alle sociale rechten, ook pensioenrechten, tijdens de betrokken periode;
  • de voorziening is gedurende maximaal 6 maanden toepasselijk per aanvraag (en het aantal toekenningen is beperkt tot 12 maanden over de hele loopbaan);
  • de voorwaarde van de minimumduur van de stopzetting van de activiteit wordt geschrapt.

De mogelijkheid bestaat om de activiteit deeltijds stop te zetten en een halve uitkering te genieten (zonder vrijstelling).

De Koninklijke Besluiten worden nu voor advies voorgelegd aan de Raad van State.

Oorspronkelijk artikel :

Op 1 januari 2015 stelt men vast dat de federale bezuiningsmaatregelen een bijzondere impact hebben op werkzoekende mantelzorgers die zorgen voor een naaste verwante of voor een zwaar ziek of gehandicapt kind. Deze personen werden nu niet meer vrijgesteld van het actief op zoek gaan naar werk « omwille van sociale en familiale redenen » dat hen toeliet om te zorgen voor een afhankelijke verwante persoon en hiervoor een werkloosheidsvergoeding kregen (260 €/maand tijdens het eerste jaar, en vervolgens 211 €/maand).

De uitzondering waarvan hier sprake werd geregeld door artikel 90 van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991. Maar het artikel werd ingetrokken door een Koninklijk Besluit van 30 december 2014. De intrekking van deze uitzondering zou een besparing opbrengen van 6 miljoen euro in 2015 en van 12 miljoen in 2016.

Maar het duurde niet lang vooraleer hierop verontwaardigde reacties kwamen (vanuit de oppositie maar ook vanuit het middenveld [2] en zij oefenden druk uit op de minister van Werkgelegenheid Kris Peeters (CD&V) om gas terug te nemen. Eind februari legt Kris Peeters daarom aan de regering een project van Koninklijk Besluit voor dat mantelzorgers vrijstelt van de verplichting om actief op zoek te gaan naar werk en dat door de meerderheid wordt goedgekeurd.

Op 14 april 2015 publiceert het kabinet van minister Peeters een persbericht met een gedetailleerde inhoud van het Koninklijk Besluit [3].

Vrijstelling
Werklozen die mantelzorg verstrekken, hoeven niet ‘beschikbaar’ te zijn voor de arbeidsmarkt, wanneer het om volgende mantelzorg gaat met de nodige (medische) attesten:

  • palliatieve zorg;
  • zorg aan een gezinslid dat of aan een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad die zwaar ziek is;
  • zorg aan een gehandicapt kind dat jonger is dan 21 jaar.

Duur van de vrijstelling

  • ten minste 1 en ten hoogste 2 maanden per persoon die palliatieve zorg behoeft. (De vrijstelling van 1 maand kan dus verlengd worden met 1 ononderbroken maand);
  • ten minste 3 en ten hoogste 12 maanden per aanvraag voor een zwaar zieke of voor een gehandicapt kind. De vrijstelling kan telkens hernieuwd worden met ten minste 3 en ten hoogste 12 ononderbroken maanden, voor een totaal maximum van 48 maanden.

Financiële tegemoetkoming

  • maandbedrag voor palliatieve zorg = 266 €;
  • maandbedrag voor zwaar ziek/gehandicapt kind in eerste 24 maanden mantelzorg = 266 €;
  • maandbedrag voor zwaar ziek/gehandicapt kind vanaf de 25ste maand mantelzorg = 216 €.

Een betere bescherming voor mantelzorgers
In hetzelfde persbericht kondigt minister van Werk nog aan dat hij wenst na te gaan hoe alle mantelzorgers extra bescherming zouden kunnen genieten met een ongevallenverzekering en de opbouw van pensioenrechten en hoe zelfstandigen gebruik kunnen maken van een gelijkaardig systeem van mantelzorg. Aan de eerste bekommernis werd nu tegemoet gekomen.

Na de ministerraad van 27 februari, kondigt een Belga-persbericht [4] inderdaad aan dat minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine een Nationaal Pensioencomité, een Kenniscentrum en een Academische Raad wil oprichten die zich moeten buigen over de structurele pensioenhervormingen. Daarnaast laat Belga [5] weten dat het nieuwe systeem voor mantelzorg ook zou gelden voor zelfstandigen. Deze zouden, aldus minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s, Landbouw en Maatschappelijke Integratie Willy Borsus, kunnen genieten van gegarandeerde prestaties tijdens 2 trimesters. De mantelzorgers zouden een bedrag ontvangen dat gelijk is aan dat van het minimumpensioen voor zelfstandigen, zo’n 1.060 € per maand. Zij zouden ook voor 6 maanden vrijgesteld worden van sociale bijdragen met het behoud van rechten. De Gezinsbond reageert hierop (matig) tevreden en vraagt maatregelen op alle beleidsniveaus [6]. Nochtans geeft het persbericht van het kabinet Peeters van 14 april 2015 geen details over deze laatste punten. Ook geen informatie hierover via presscenter.org van de federale overheid. Iets om in het oog te houden dus.

Ook op te volgen: het wetsvoorstel dat werd ingediend door Ecolo-Groen. Het wetsvoorstel ligt nog steeds ter tafel nadat de vraag tot urgente behandeling werd verworven.


Het advies van Nationale Raad Personen met een Handicap

Het persbericht van Kris Peeters doet vermoeden dat er onvoldoende rekening werd gehouden met advies 2015/04 van de Nationale Raad Personen met een Handicap, die de aandacht van de minister vestigt op de volgende punten:

  • De leeftijdsgrens die wordt gelegd op 21 jaar maakt het voor een werkloze mantelzorgers onmogelijk om zorg te verlenen aan een gehandicapt kind ouder dan 21. De NHRPH vraagt om rekening te houden met oudere gehandicapte kinderen voor wie momenteel geen oplossing bestaat.
  • De criteria die worden gebruikt om de ernst van een handicap vast te stellen: de NHRPH vraagt de minister om zich te baseren op de medisch-sociale schaal die gebruikt wordt voor kinderbijslag opdat er dan eveneens rekening wordt gehouden met de zelfredzaamheid van het kind (pijler 2) en de gevolgen voor het gezin waarvan het kind deel uitmaakt (pijler 3).
  • De vrijstelling kan niet toegekend worden aan meerdere werklozen. De NHRPH vraagt dat ook rekening gehouden wordt met de situatie van werkloze ouders met alternerend hoederecht over hun kinderen met een handicap.
  • De maximale duur van de vrijstelling voor het verstrekken van palliatieve zorg is hoogstens 2 maanden. De NHRPH onderstreept dat deze beperkte duur niet strookt met bepaalde werkelijke situaties van werklozen en vraagt dat de vrijstelling verlengt wordt.
  • In andere gevallen kan de maximale duur van 48 maanden niet worden overschreden. Deze beperking in tijd zorgt voor grote problemen indien de mantelzorger een kind met een blijvende handicap verzorgt.

    De wetgeving inzake mantelzorgers

In een studie [7] die werd gerealiseerd door de VUB, het Kenniscentrum Mantelzorg en de Universiteit van Namen in opdracht van de Staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Personen met een handicap op vraag van de vzw “Aidants proches”, wordt de volgende juridische definitie voorgesteld:

« De mantelzorger is iemand uit de omgeving van een zwaar zorgbehoevende persoon die hem op niet-professionele basis en eventueel met de medewerking van professionele hulpverleners ononderbroken ondersteuning en hulp biedt, bij de betrokkene thuis en met respect voor zijn leefomgeving. »

Deze studie diende als basis van de voorbereiding van een wetsvoorstel over mantelzorgers die hulp bieden aan een zwaarbehoevend persoon [8].

Deze wet, die op 3 april 2014 werd aangenomen, betekent een vooruitgang in die zin dat personen, die mantelzorg verlenen, nu een wettelijk statuut kunnen krijgen. De procedure om het statuut van mantelzorger te verkrijgen verloopt via het ziekenfonds. Het dossier van de persoon die mantelzorg aanvraagt moet beantwoorden aan strikte voorwaarden. Zo moet je minimum 20 uren per week in mantelzorg investeren over een periode van 6 maanden en deze mantelzorg moet een impact hebben op de beroeps- en/of gezinssituatie van de mantelzorger.
Toch blijft de bescherming en de ondersteuning van de mantelzorg onvoldoende (cfr. de analyse van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE), juni 2014).


Het profiel van de mantelzorger

Het Steunpunt Welzijn Volksgezondheid en Gezin schetst een profiel [9] van de mantelzorgers en maakt onderscheid tussen mantelzorgers (en zorgbehoevenden) die wel en niet in hetzelfde huishouden wonen (steekproef bestaat uit 63% uit- en 37% inwonende mantelzorgers). De zorgintensiteit van inwonende mantelzorgers is immers groter. Uitwonende mantelzorg wordt 7 keren op 10 opgenomen door de kinderen, terwijl inwonende mantelzorg in 9 op 10 zorgsituaties bij de partner terecht komt.

Profiel mantelzorger:

Kenmerken uitwonende mantelzorger:

  • relatie oudere-mantelzorger: partner: 1%; ouder-kind: 68%; andere: 30%
  • 69% van de externe mantelzorgers is vrouw
  • gemiddelde leeftijd: 56 jaar
  • diploma secundair onderwijs of minder: 42%; diploma secundair onderwijs: 35%; diploma hoger onderwijs: 23%
  • geen betaald werk: 49%; werkt deeltijds: 23%; werkt voltijds: 28%

Kenmerken inwonende mantelzorger:

  • relatie oudere-mantelzorger: partner: 89%; ouder-kind: 8%; andere: 3%
  • 51% van de interne mantelzorgers is vrouw
  • gemiddelde leeftijd: 71 jaar
  • diploma secundair onderwijs of minder: 67%; diploma secundair onderwijs: 20%; diploma hoger onderwijs: 13%
  • geen betaald werk: 67%; werkt deeltijds: 20%; werkt voltijds: 13%

Profiel zorgbehoevende:

Voor de uitwonende mantelzorger:

  • geslacht: 76% vrouwen; gemiddelde leeftijd: 82 jaar

Voor de inwonende mantelzorger:

  • geslacht: 58% vrouwen; gemiddelde leeftijd: 79 jaar

Nog enkele cijfers

Het Memorandum Sociale Bescherming van de Vrouwenraad stelt dat 60 tot 80% van de mantelzorgers vrouw is en zich voornamelijk in de groep van de 45- tot 65-jarigen situeert.

De Knack citeert in een artikel van 23 februari de cijfers aangehaald door de Vrouwenraad: in december 2014 genieten 6.076 personen een vrijstelling. 94% daarvan zijn vrouw.

 [10]

Meer informatie nodig over mantelzorg? Contacteer het Kennispunt Mantelzorg.