Logo Printen Logo RSS logo facebook

Vlaanderen heeft nood aan Centra voor Seksueel Geweld

Vlaanderen heeft nood aan Centra voor Seksueel Geweld

Naar aanleiding van een artikel in de De Wereld Morgen, waaruit blijkt dat medewerkers van de hulplijnen 1712 niet altijd correcte informatie geven aan slachtoffers van verkrachting, stelde Elke Van den Brandt (Groen!) op 23 juni een parlementaire vraag aan minister van Welzijn Jo Van Deurzen. Vraag om uitleg 2583 (2014-2015) rond de functionering van deze hulplijn.

Elke Van den Brandt benadrukte vooral het volgende:
- Het handelingskader voor het antwoord aan slachtoffers van verkrachting van de medewerk.st.ers van de hulplijn 1712 moet duidelijke en correcte informatie bevatten, zodat er geen kostbare tijd verloren gaat voor het sporenonderzoek. Een correcte doorverwijzing moet er ook voor zorgen dat het risico op blijvende psychische en lichamelijke klachten zo beperkt mogelijk wordt houden. Uiteraard moeten de antwoorden blijven inspelen op de individuele situatie, maar zij moeten standaard wel alle elementen bevatten, die crucieel zijn voor een eventuele latere juridische behandeling en de verwerking van dit trauma. Daarom is ook informatie over posttraumatische stress belangrijk. Aan mensen die bellen, is het belangrijk om te zeggen dat die verschijnselen kunnen voorkomen zodat mensen ze herkennen en op tijd psychologische hulp kunnen zoeken.
- Het handelingskader moet ook duidelijk gecommuniceerd worden naar medewerkers van Tele-Onthaal, wanneer zij na de kantooruren de taken van het noodnummer 1712 overnemen. Bovendien rijzen er hier een aantal vragen: Heeft Tele-Onthaal dezelfde verantwoordelijkheid en taken als 1712? Moet Tele-Onthaal enkel emotioneel opvangen en doorverwijzen, of is het ook aan hen om informatie te geven over de manier van aangifte, sporenonderzoek enzovoort?

 [1]

Momenteel bestaat er in Vlaanderen onduidelijkheid over waar en wanneer er na de verkrachting een sporenonderzoek kan worden uitgevoerd. Dat dit vlug plaatsvindt, binnen de 12 uur of 72 uur, is nochtans belangrijk om nog sporen te kunnen vinden. Nu gebeurt een sporenonderzoek aan de hand van de zogenaamde SAS of seksuele agressieset pas na aangifte en nadat het parket hiertoe de opdracht gegeven heeft. Meestal gebeurt het onderzoek door een wetsdokter of een arts in een ziekenhuis die ervoor is opgeleid en met wie het parket hierover afspraken heeft. Dit sporenonderzoek gebeurt dus niet door de huisarts en ook niet in speciale centra voor seksueel geweld, zoals Sensoa of Sjerp-Dilemma, zoals verkeerdelijk werd beweerd door Freya Saeys (Open VLD) tijdens de parlementaire zitting.

Integrale zorg voor verkrachtingsslachtoffers zoals in Nederland bestaat niet in ons land. Maar in een aantal gerechtelijke arrondissementen, zoals in Gent, Antwerpen, Leuven en Brussel, hebben politie en gerecht wel samenwerkingsovereenkomsten met ziekenhuizen voor het afnemen van de SAS. Liesbeth Stevens, professor seksueel strafrecht aan de KU Leuven en vice-voorzitster van het IGVM, pleit voor het samentrekken van dienstverlening en expertise en het onderbrengen ervan bij gespecialiseerde centra, bijvoorbeeld een of twee per provincie. Deze zouden dan erkend worden als centra die SAS kunnen afnemen, 24 uur op 24 uur ter beschikking staan en weten hoe om te gaan met slachtoffers van verkrachting.

Lees meer hierover in de volgende artikelen op de website van in "De Wereld Morgen":

[1] Lees hier het volledige verslag n.a.v. de parlementaire vraag.