Logo Printen Logo RSS logo facebook

Beleid en goede praktijken op het vlak van mobiliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Beleid en goede praktijken op het vlak van mobiliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

In het vierde hoofdstuk van het verkennende literatuuroverzicht "Gender en Mobiliteit" richten we onze blik op Brussel. Eerst lichten we uit de tweede "Beldam"-enquête over de dagelijkse mobiliteit van de Belgen [1] die aspecten die man/vrouw-verschillen in vervoerspatronen aan het licht doen komen om vervolgens na te gaan welke beleidsinitiatieven er door de Brusselse overheid werden genomen om de stad en het stedelijk vervoer vrouwvriendelijker te maken.

De "Beldam"-studie: de voornaamste bevindingen vanuit een genderperspectief

De Beldam studie (Belgian Daily Mobility) is een nationale enquête over de dagelijkse mobiliteit van de Belgische bevolking. De enquête is afgenomen tussen december 2009 en december 2010 bij 8532 huishoudens (of 15821 personen van 6 jaar en ouder) en geeft een geactualiseerd beeld van de dagelijkse mobiliteit van de Belgen.

Enkele vaststellingen uit de studie:

  • Vrouwen nemen vaker het openbaar vervoer dan mannen. Meer vrouwen (54%) dan mannen (46%) hebben een abonnement bij de NMBS. De regio’s zijn proportioneel vertegenwoordigd (Vlaanderen 59%, Wallonië 30%, Brussels Hoofdstedelijk Gewest 10%). Steden en gemeenten met een groot aantal migranten tellen een groter aantal geabonneerden op het openbaar vervoer. Mannen nemen net iets meer dan vrouwen een taxi. Mannen rijden vaker met de auto dan vrouwen: bijna 1 man op 2 gebruikt minstens 5 dagen per week de wagen, bij vrouwen is dat slechts 1 vrouw op 3. 44% van de vrouwen bestuurt nooit een wagen, tegenover 30% van de mannen. Ook zijn mannen veel vaker in het bezit van een rijbewijs. Mannen nemen meer de fiets, maar er is weinig verschil.
  • De fysische toegang tot tram- en bushaltes is voor vrouwen moeilijker dan voor mannen. Ook het in- en uitstappen in auto’s is voor vrouwen net iets moeilijker. Bij het fietsen verklaren vrouwen tot twee keer meer dan mannen dat fietsen onmogelijk is. Iets meer vrouwen ondervinden moeilijkheden bij het wandelen. In het algemeen worden vrouwen veel meer geconfronteerd met fysische belemmeringen in hun vervoer. Tot twee keer zoveel zijn ze in de onmogelijkheid om ten minste één vervoerswijze te gebruiken. Dit is ook vaker het geval bij oudere vrouwen.
  • Vrouwen informeren zich minder vooraleer ze zich verplaatsen: 43% van de vrouwen t.o.v. 34% van de mannen vermeldt geen enkel gebruik van een informatiebron. Maar het lijkt erop dat de leeftijd en de generatie waartoe men behoort in deze een grotere impact hebben dan het gender. Mannen zeggen ook vaker dan vrouwen een GPS of een online beschikbare wegenkaart gebruikt te hebben (resp. 38% en 25% voor mannen tegenover 22% en 19% voor vrouwen). Mannen gebruiken ook meer verkeersinformatie en/of een wegenkaart dan vrouwen (resp. 17% en 17% voor mannen t.o.v. 13% en 12% voor vrouwen). Natuurlijk is het mogelijk dat mannen meer informatiebronnen gebruiken omdat zij vaker de auto gebruiken dan vrouwen. Maar vrouwen maken ook minder gebruik van de informatie die de openbare vervoersmaatschappijen aanbieden via hun websites, terwijl zij de grootste gebruikers zijn van het openbaar vervoer.
  • In het algemeen leggen vrouwen minder lange afstanden af dan mannen. Mannen zijn meer (45%) aan het werk dan vrouwen (36%). Vrouwen zijn meer onderhevig aan vastgestelde schema’s (58%) dan mannen (54%) en hebben minder flexibele uren (41% tegenover 44%). De arbeidsmarktpositie van vrouwen en mannen blijft erg verschillend: 52% van de vrouwen heeft een voltijdse baan t.o.v. 89% van de mannen, alhoewel er hier verschillen bestaan per regio. Vrouwen werken dichter bij huis dan mannen (18 km. t.o.v. 25 km.).
  • Vrouwen telefoneren meer tijdens de busrit en versturen meer sms-jes, zeker wanneer ze de trein gebruiken.
  • Vrouwen verplaatsen zich meer dan mannen om boodschappen te doen of om iemand te begeleiden (het fenomeen van de “taxi-mama’s”). Vrouwen maken meer trips om iemand te begeleiden (12% t.o.v. 8%) en om inkopen te doen (11% t.o.v. 9%). Anderzijds verplaatsen vrouwen zich binnen het kader van hun job 3 keer minder dan mannen (2% t.o.v. 6%). De woon-werkverplaatsing ligt bij vrouwen op 19% (t.o.v. 22% bij mannen). We kunnen daaruit besluiten dat vrouwen die buitenshuis werken zich meer verplaatsen dan mannen en dat hun verplaatsingen gelieerd zijn aan huishoudelijke taken (begeleiding, boodschappen, diensten, bezoeken,...).
  • Vrouwen verplaatsen zich meer tijdens de dag en minder ’s avonds dan mannen. Dit patroon tekent zich nog duidelijker af wanneer men enkel naar de schooldagen kijkt. Bevestigt dit het feit dat vrouwen zich zeer vaak verplaatsen om hun kinderen naar school te brengen of te halen?

Beleidsinitiatieven en praktijken in Brussel

  • (Internationale) conferenties en discussiegroepen i.s.m. het middenveld
    • Dynamic cities need women: acties en beleidslijnen voor gendergelijkheid (2007) [2]. Deze internationale conferentie rond de toegang tot diensten voor vrouwen in steden was een gezamenlijk initiatief van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Internationale Vrouwennetwerk van Metropolis.
    • Vrouwen bouwen aan Brussel: Brussel, veilig stadsgewest ook voor vrouwen (2008) [3] bekeek het openbaar vervoer, stedelijke planning, en veiligheidsbeleid vanuit een genderperspectief. De conferentie werd georganiseerd in samenwerking met de Nederlandstalige Vrouwenraad, de Franstalige Vrouwenraad, de commissie Bruxelles-Capitale van de CFFB en de Brusselse volksvertegenwoordigsters.
  • Beleidsplannen en werkgroepen
    • Het Beleidsplan 2010-2014 [4] van toenmalig minister Brigitte Grouwels pleitte voor de renovatie en opwaardering van metrostations opdat ze veilig, toegankelijk en aangenaam zouden worden, voor een betaalbaar en gebruiksvriendelijk openbaar vervoer, transparante en betrouwbare informatie en een algemene veiligheid in het openbaar vervoer.
    • De Brusselse Adviesraad voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen riep een Werkgroep “Mobiliteit” in het leven.

Projecten

  • In 2009 werd een proefproject gelanceerd waarbij passagiers die ’s nachts alleen reisden tussen twee haltes konden uitstappen. Dit zou het veiligheidsgevoel moeten verhogen door hen dichter bij huis te laten afstappen. Het proefproject richtte zich vooral op vrouwen.
  • De vzw Garance organiseert regelmatig verkennings-wandelingen in de stad Brussel om vrouwen op een andere manier te laten kennismaken met bepaalde wijken of buurten van de stad. Ook het aspect veiligheid wordt tijdens deze wandelingen aangehaald. Dit resulteerde ondermeer in de brochure “Openbare ruimte, gender en onveiligheidsgevoel”.
  • Als concreet initiatief vermelden wij ook graag ‘Dames, ga fietsen!’, oorspronkelijk uitsluitend gericht op vrouwen, maar recent veranderd van naam (naar ‘Via Velo’) én concept. ‘Via Velo’ is nu een educatief project van Pro Velo in Brussel voor vrouwen én mannen van eenzelfde vereniging, van beginners tot gevorderden. Sommige volwassenen hebben nooit leren fietsen en hebben een duwtje nodig om in alle vertrouwen en op een veilige manier te fietsen in de stad. Via Velo biedt een oplossing met een lessenreeks op maat. Fietsen zorgt voor meer zelfvertrouwen, zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en uithoudingsvermogen.

Sensibilisering

  • Naar aanleiding van de documentaire “Femme de la Rue” lanceerde de vzw Handen af in 2012 een sensibiliseringscampagne “Handen af! Stop seksisme!”. Deze campagne trachtte seksisme en intimidatie tegen te gaan. De MIVB verleende actieve steun aan deze actie door zes maanden lang een tram van de lijn 4 met de slogan “De weg naar mijn hart loopt niet langs mijn billen” door Brussel te laten rijden. Deze actie kaderde in de bewustmakingscampagnes voor meer respect in het openbaar vervoer. Ministers Joëlle Milquet, Fadila Laanan, Emir Kir en Bruno De Lille ondersteunden deze campagne.
  • De CD&V-werkgroep “Vrouw & Maatschappij” zette een campagne op ter gelegenheid van de lokale en provinciale verkiezingen van 2012 onder de titel “Stad/dorp op stiletto’s”. In het kader van deze campagne werden twee brochures gepubliceerd. De ene levert frisse tips voor een genderslimme stads-en dorpsplanning, de andere voor een genderslimme mobiliteit. Zeker het lezen waard! U vindt deze brochures via de catalogus van het Amazone Documentatiecentrum Genderbeleid.

Meer informatie:

Nood aan bijkomende informatie?
Contacteer Inge Van der Stighelen, 02 229 38 02, I.VanderStighelen@amazone.be.


Deze studie is onderdeel van een project met vele facetten, waaraan Amazone sinds een tweetal jaren werkt. Het project verliep in verschillende stappen. Het startte met een informatieopdracht, waarbij de medewerksters van het Documentatiecentrum Genderbeleid twee literatuurstudies realiseerden. Deze studies vormden de voedingsbodem voor een rondetafelgesprek en focusgroepen rond dezelfde thematiek maar toegespitst op de situatie in Sint-Joost-ten-Node. Het interactieve deel van het project kreeg daarnaast ook een artistieke en symbolische component. Een kunstenares maakte vier portretten van vrouwelijke inwoners van Sint-Joost-ten-Node. Deze zullen vanaf 8 september 2015 een prominente plaats innemen in het Brusselse metrostation Madou.