Logo Printen Logo RSS logo facebook

Raad GK vraagt moederschapsbescherming voor werkneemsters na een miskraam

Raad GK vraagt moederschapsbescherming voor werkneemsters na een miskraam

In het Parlement is er een debat aan de gang rond de modernisering en de humanisering van de huidige wetgeving rond levenloos geboren kinderen [1]. Om bij deze omstandigheden meer sociale bescherming te garanderen voor vrouwen en om ervoor te zorgen dat elke vorm van genderdiscriminatie wordt vermeden, bracht de Raad voor de Gelijke Kansen van Vrouwen en Mannen hieromtrent een Advies uit. Onderstaand perbericht is te vinden op de website van Raad.

De bevalling van een levenloos kind vóór de 181ste dag na de bevruchting wordt momenteel beschouwd als een miskraam, daarna is er sprake van een doodgeboorte. De Kamer van Volksvertegenwoordigers onderzoekt verschillende voorstellen over de inkorting van de minimale zwangerschapsduur van een doodgeboorte. Gezien de ernstige gevolgen van een miskraam voor de sociale bescherming van de betrokken vrouwen, vraagt De Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen om de bestaande bepalingen betreffende moederschapsbescherming uit te breiden.

Vaststelling

In het sociaal recht bepaalt de toepassing van de minimale zwangerschapsduur het verschil tussen de bevalling van een miskraam en een doodgeboren kind. In het geval van een miskraam heeft dit verschil grote gevolgen aangezien werkneemsters het recht verliezen op moederschapsverlof en bescherming tegen ontslag, alsook het recht op moederschapsuitkering.

Genderdiscriminatie

De rechtspraak oordeelt dat wanneer een werkneemster wordt ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van een miskraam, er sprake is van genderdiscriminatie, aangezien deze situatie enkel vrouwen kan overkomen. Deze redenering is echter niet voldoende om een oplossing te bieden voor de hierboven beschreven nadelen.

Aanbevelingen

Ter gelegenheid van de huidige parlementaire debatten, waarin hij zich niet wil mengen, adviseert de Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen dat de sociale bescherming van een werkneemster na een miskraam of een therapeutische abortus gewaarborgd moet worden door een redelijke uitbreiding van de bestaande bepalingen inzake moederschapsbescherming. Zo zou de periode van arbeidsongeschiktheid van de werkneemster gelijkgesteld moeten worden aan moederschapsverlof voor de werkelijke duur van deze ongeschiktheid met een maximum van 9 weken. Deze afwezigheid geeft recht op moederschapsuitkeringen (voor statutaire ambtenaren in de overheidsdiensten wordt de afwezigheid niet beschouwd als ziekteverlof). Bovendien blijft de bescherming tegen het verbreken van de arbeidsrelatie van toepassing tot het aflopen van een termijn van één maand na de werkhervatting.

Gezien het leed dat een miskraam met zich mee kan brengen, adviseert de Raad tot slot dat er begeleidingsmaatregelen moeten worden ingevoerd, waaronder de psychologische ondersteuning van vrouwen die dit hebben meegemaakt. De Raad wil de bevoegde overheden en de mutualiteiten dan ook aanzetten om deze te voorzien.

Meer informatie

Contact: Liesbeth Cornelis (NL)
T: 02/233/41.76
liesbeth.cornelis@igvm.belgie.be