Logo Printen Logo RSS logo facebook

Gendergevoelige voorbeelden en goede praktijken in de stadsplanning

Gendergevoelige voorbeelden en goede praktijken in de stadsplanning

Om u kennis te laten maken met het verkennend literatuuronderzoek dat het Amazone Documentatiecentrum Genderbeleid deed rond gender en openbare ruimte, belichten wij elke maand een ander aspect uit deze studie.

Na een ronde door de epistemologie en de heuristiek van het feministisch onderzoek in enkele vakgebieden (zoals de geografie, de stedenbouw en de architectuur), een inkijk in de dynamische rol die vrouwenverenigingen gespeeld hebben en een schets van het beleids- en wettelijk kader rond de gelijke behandeling van vrouwen en mannen, willen wij nu enkele ervaringen en goede praktijken aan u voorstellen. Deze getuigen immers van het belang en van het vernieuwend karakter van de gendergevoelige analyse in de stadsplanning. [1]

Gendergevoelige stadsplanning in Wenen

Bruno-Kreisky-Park, Stadt Wien, ©Tom KlengelIn Europa is Wenen een schoolvoorbeeld en een pionier op het vlak van gender mainstreaming. Reeds in de jaren ’80 waagde deze stad zich aan een diepgaande reflectie en een langetermijnengagement voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en in de jaren ’90 werd er geëxperimenteerd met verschillende pilootprojecten. Zo begon Wenen als eerste met de aanleg van gendergevoelige parken.

Aanleiding was de sociologische studie (1996/1997) over het parkbezoek in Wenen door jongeren (1996/1997) [2]. Het onderzoek toonde aan dat over het algemeen meer jongens dan meisjes gebruik maakten van de Weense stadsparken. En dit verschil manifesteerde zich nog sterker vanaf de puberteit: vanaf hun tienerjaren vertoefden jongens er meer, meisjes daarentegen meden ze. Twee pilootparken werden aangelegd met het oog op een evenwichtiger gebruik van deze recreatieve ruimten door meisjes en jongens. De nood aan een gendergevoelige benadering werd sterk in de verf gezet bij de projectoproep en de architectenbureaus die postuleerden moesten dit aspect terdege belichten.

Er werd een doorgedreven analyse uitgevoerd van behoeften van meisjes, wat met zich bracht dat men afzag van de traditionele indeling van de parken. Er werd geopteerd voor een gemengde sportinfrastructuur waar zowel jongens als meisjes gebruik van konden maken.

De aanleg hield eveneens rekening met het onveiligheidsgevoel van meisjes, vooral ’s avonds en men paste de principes van de Women’s Safety Audit de Metrac [3] (Toronto) toe (openbare verlichting, zichtbaarheid…). De evaluatie toonde aan dat het beoogde doel werd bereikt: bezoeken aan het park door vrouwen en meisjes verhoogden aanzienlijk en de algemene tevredenheid van het publiek ging erop vooruit. Met als gevolg dat de stad Wenen zich bij de heraanleg van andere publieke parken liet inspireren door het succes van deze twee pilootprojecten.

Meisjes worden betrokken bij de inrichting van een vrijetijdszone in Malmö

Rosens Röda Matta, Malmö, Rosengard, ©Moa Björnson Andere steden lieten zich inspireren door de geslaagde Weense experimenten. Zo bijvoorbeeld de stad Malmö, die een parking omvormde tot vrijetijdszone voor jongeren in een buitenwijk van Rosengard, de Rosens röda matta (= het rode rozentapijt). De mening van de meisjes kreeg bijzondere aandacht. Een actief participatieproces maakte het mogelijk dat de jonge buurtbewo.o.n.st.ers betrokken werden bij elke fase van het proces.

Op deze manier vermeed men bij de finale realisatie van het project de valkuil om een vrijetijdszone te realiseren die enkel en alleen door jongens zou worden gebruikt (skatepark, voetbalplein ...) en waar meisjes zich niet welkom zouden voelen als actieve betrokkenen.

Er werd eveneens nagegaan op welke manier buurbewo.o.n.st.ers zich deze publieke ruimte toeeigenden. En alles wees erop dat deze nieuw aangelegde ruimte vele functies vervulde en door een zeer divers publiek werd gebruikt. Het participatieve elan werd bovendien behouden: de buurbewo.o.n.st.ers vormden zich om tot een vereniging die actief betrokken blijft in het besluitvormingsproces (zowel voor wat het beheer van de ruimte als de organisatie van evenementen betreft).

Videovoorstelling van de Rosens röda matta (taal: Zweeds)

Succesfactoren

De projecten rond de inrichting van de openbare ruimte zoals deze die gerealiseerd werden in Wenen en Malmö kaderen binnen een globale politieke visie t.a.v. gendergelijkheid op gemeentelijk vlak. Er werd werk gemaakt van een plan gender mainstreaming/gendergelijkheid door de lokale mandatarissen en de administratie gebruikte het gepaste instrumentarium (gender budgeting en naar gender uitgesplitste statistieken) [4].

We willen toch onderstrepen dat de toepassing van het principe van gender mainstreaming bij openbare aanbestedingen en bij de evaluatie van projecten op het gebied van stadsplanning en ruimtelijke ordening wel degelijk een invloed heeft op zowel praktijkmensen als op geïnteresseerde architectenbureaus. Het principe draagt er ook toe bij dat er komaf gemaakt wordt met genderstereotypen bij besluitvormers en beroepsmensen. Bij de opstart van het project _ en meer bepaald in de eerste fase van de behoefteanalyse _ zorgt de integratie van een seksespecifieke analyse ervoor dat er multidisciplinair (vanuit urbanisme, architectuur, genderstudies, geografie, sociologie, antropologie...) wordt gewerkt, wat voor een meerwaarde en een vruchtbare uitwisseling zorgt tussen verkozenen, praktijkmensen en onderzoek.st.ers.

De uitdagingen

Onderzoeken, enquêtes en gemeenteraden: de aanpassingen aan het vervoersplan van de Khleslplatz en de Arndtstraße (twaalfde arrondissement van Wenen) werden goed voorbereid. Nu leiden vele aangename en veilige wegen naar de Khlesplatz. Ook de Arndtstraße is een 'fair shared space' geworden ©Wolfgang Gerlich (PlanSinn)Indien men een einde wil maken aan de scheefgetrokken verhoudingen tussen mannen en vrouwen, moet men wel meer doen dan alleen maar tegemoet komen aan de concrete praktische noden van de vrouwelijke gebruikers. Het komt er op aan een stadsmodel te ontwikkelen waardoor mannen èn vrouwen deelnemen aan het openbare leven en dit op gelijke wijze. Om dit ambitieus doel te bereiken moet men bij vernieuwingsprocessen en bij onderzoek op het vlak van urbanisme, architectuur en design de ‘gender-responsiveness’ aanmoedigen. Dit is een absolute voorwaarde indien men een genderaspect wil integreren in projecten die breder zijn dan alleen maar stadsplanning.

Ook op dit terrein toonde Wenen de weg: het ambitieuze GM-plan van deze stad en de positieve resultaten van de verschillende pilootprojecten gaven aanleiding tot de ontwikkeling van verlichtings- en verkeersplannen, van plannen voor huisvesting, parken en groene zones die rekening houden met de principes van GM [5].

Interessante lectuur: De handleiding voor Wenen stad, Gender Mainstreaming in Urban Planning and Urban Development (2013).

Anderen goede praktijken: op de website van het Observatorium van het Europees charter voor gelijkheid van vrouwen en mannen op lokale vlak (CEMR): http://www.charter-equality.eu

Meer weten?

[1] U vindt het artikel in hoofdstuk 4, pg. 43-73.

[2] Benard, C. & Schlaffer, E. (1997). “Verspielte Chancen? Mädchen in den öffentlichen Raum!” Wien: MA57 Frauenburö der Stadt Wien.

[3] Dit punt zal worden toegelicht in een volgend artikel.

[4] Wenen en Malmö ondertekenden beide het Charter voor gelijkheid v/m op lokaal niveau. Aan te stippen nochtans dat beide steden al voor de ondertekening van dit Charter werk maakten van gendergevoelige beleidsmaatregelen.

[5] Bekijk de voorbeelden van GM voor de openbare ruimte: https://www.wien.gv.at/english/admi...