Logo Printen Logo RSS logo facebook

Het hedendaags feminisme onder de loep, op vraag van de Commissie FEMM

Het hedendaags feminisme onder de loep, op vraag van de Commissie FEMM

Begin deze maand (april 2016) publiceerde de Denktank van het Europees Parlement op vraag van de Commissie Rechten van de Vrouw van het Europees Parlement het rapport Mapping of NGOs Working for Women’s Rights in Selected Member States. In dit rapport richt men de blik naar feministische organisaties die, fysiek en online, onstonden sinds 2010. Het rapport is gebaseerd op case studies uit 7 verschillende EU-landen en op een literatuurstudie die een historische situering moest verschaffen.

Opzet

De studie onderzoekt de context binnen dewelke deze jonge feministische groepen ontstonden: welke thema’s behandelen zij en welke doelgroepen spreken zij aan? De studie kijkt ook naar de manier waarop deze groepen intern georganiseerd zijn: waar halen zij hun financiële middelen, welke is hun structuur en wat zijn hun affiliaties? En tenslotte onderzoekt de studie hun werking: tegen welke obstakels kijken jonge feministische groeperingen aan en van welke opportuniteiten maken zij gebruik?

De selectie

De bestudeerde organisaties werden geselecteerd omdat zij zichzelf expliciet identificeerden als feministisch of omdat zij duidelijk feministische doelen hadden, zoals strijden voor meer gelijkheid van vrouwen en mannen of hulpverlenen aan vrouwen die het slachtoffer zijn van discriminatie of geweld. De organisaties moesten op een actieve manier deelnemen aan het nationale debat rond gendergelijkheid en een ruim bereik hebben. Niet alle feministische organisaties werden weerhouden, maar de auteurs zijn ervan overtuigd dat de selectie een goed beeld geeft van de belangrijkste en van recent opkomende groeperingen.

De methodologie

In het rapport zorgen de bevindingen uit een literatuuronderzoek voor de historische context. Verder worden de resultaten gepresenteerd van case studies uit 7 EU-lidstaten: Bulgarije, Frankrijk, Italië, Polen, Portugal, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. De case studies zelf bestonden uit een literatuuroverzicht, desk research en interviews met belangrijke actoren zoals stichters en leden. De analyse van de organisatie omvatte ook een onderzoek van sleutelstatistieken over het gebruik van sociale media.

Key findings

Uit het literatuuronderzoek

  • Feminisme is een complexe en heterogene ideologische theorie.
  • Grof gesproken kan men drie ‘golven’ van feminisme onderscheiden.
  • Sommige onderzoek.st.ers argumenteren dat er een ‘vierde’ feministische golf bestaat. Deze wordt gekarakteriseerd door online activisme en brengt een divers publiek met elkaar in verbinding.
  • Op basis van online-activiteit documenteert en discuteert het vierde feministische golffeminisme voorbeelden van seksisme en van genderongelijkheid.
  • Het vierde golf feminisme opereert gewoonlijk los van structurele (overheids)subsidies.vierde golf feminisme

Uit de case studies

  • Er bestaat een waaier aan ideologieën en aan korte en lange termijnobjectieven bij de 65 onderzochte feministische organisaties.
  • Nieuwe feministische organisaties zijn pluralistischer van opzet in vergelijking met de organisaties uit de tweede feministische golf.
  • Nieuwe feministische organisaties houden zich bezig met de intersectie van ras, handicap, seksualiteit en gender.
  • Nieuwe feministische organisaties hebben weinig toegang tot nationale en/of Europese subsidies.
  • Het merendeel van deze organisaties staat formeel geregistreerd als non-profit-organisatie.
  • Er bestaan vele informele organisaties en zij die niet officieel geregistreerd zijn bestaan in de vorm van blogs, evenementen of online platforms.
  • De organisaties verschillen erg qua personeelsstructuur. Vele organisaties zijn afhankelijk van of werken met vrijwillig.st.ers. Enkel een handjevol vrouwen leiden de organisatie.
  • Online platforms en sociale media zijn essentiële middelen voor de organisaties om in contact te komen met een divers publiek van aanhang.st.ers/sympathisanten.
  • Het is duidelijk dat vele nieuwe feministische organisaties ontstonden of hun voedingsbodem vonden in de omstandigheden die resulteerden uit de financiële crisis van 2008.

Conclusies

Uit de samenvatting van deze studie distilleerden wij enkele bedenkingen:

  • De term "feministisch" is een erg, soms negatief, beladen term en verwijst vooral naar het feminisme van de tweede golf van de jaren 60 en 70. Het is een bewuste keuze voor nieuwe groeperingen om er zich bij aan te sluiten of juist om er zich van te distanciëren. De studie stelt dat het feit dat sommige organisaties de term ‘feministisch’ gebruiken om zichzelf te beschrijven en andere dat niet doen, op zichzelf al een interessante vaststelling is. Het tweede golf feminisme wordt geassocieerd met politiek links en met radicale stellingnames en in Polen en Bulgarije worden feminisme en communisme aan elkaar gelinkt. Deze associaties maken het feminisme (het woord en de beweging) onpopulair bij een breder publiek en stigmatiseren nieuwere vormen van feminisme. Bovendien wordt het duidelijk op basis van de respondenten van de case studies dat tweede golf feminisme vaak in een negatief daglicht kwam te staan door onderlinge onenigheid en ten gevolge een te grote focus op de witte vrouw uit de middenklasse.
  • Nieuwe vormen van feminisme houden zich meer bezig met een veelheid aan ervaringen en met de intersectie tussen ras, handicap, seksualiteit en gender. De organisaties die werden onderzocht interesseren zich aan een brede waaier van thema’s en bevolkingsgroepen zoals slachtoffers van gendergerelateerd geweld, vrouwen met een beperking en mentale gezondheidsproblemen, vrouwen in de wetenschap, ondernemende vrouwen, vrouwenbesnijdenis en vrouwen in de media.
  • Opvallend is ook dat organisaties soms geen bepaald doelpubliek voor ogen hebben. Zij werken eerder om feministische ideeën te promoten of om machtsrelaties aan de kaak te stellen. Uit de studie blijkt dat er een interessant nieuw type van organisatie aan het ontstaan is, namelijk een type dat eenvoudigweg bestaat om de negatieve ervaringen van vrouwen, zoals dagdagelijks seksisme of de afwezigheid van vrouwen in de publieke sfeer, te documenteren. Dit is mogelijk gemaakt door de digitale media die het verzamelen van gegevens makkelijk en toegankelijk maken.
  • Opvallend is dat een significante hoeveelheid van organisaties een informele structuur heeft of, anders gezegd, het ontbreekt hen aan een formele registratie. Omdat het hier vooral gaat om jonge organisaties, ligt dit in de lijn der verwachtingen. De organisaties bestaan soms uit een enkel individu dat een blog onderhoudt of uit een groep van vrijwilligers die samenwerken om bv. een radio-optreden in elkaar te steken of om de uitgave van een tijdschrift te verzorgen. De meeste van deze groepen staan wel op één of andere manier geregistreerd als non-profit-organisatie.
  • Nergens wordt er melding gemaakt van strategische of andere banden met pan-Europese netwerken of instellingen voor gendergelijkheid zoals de Europese Vrouwenlobby of het Europees Instituut voor Gendergelijkheid (EIGE) [1]. De respondenten in de case studies maakten dikwijls gewag van het niet beschikbaar zijn van overheidssubsidies. De impact van de afwezigheid van subsidies is niet zo eenduidig: aan de ene kant maakt dat ideologische vrijheid mogelijk maar anderzijds worden organisaties hierdoor aangezet om samen te werken met verschillende partners, waaronder businesspartners. Slechts een minderheid van de organisaties vermeldt beroep te kunnen doen op Europese subsidies. Over het algemeen wordt er sterk geklaagd over een tekort aan financiële middelen. Het werk ligt zo in handen van vrijwilligers die misschien niet voldoende tijd kunnen investeren in de voor de organisatie noodzakelijke taken. Een minderheid van organisaties beschikt over een vaste staf maar steeds blijft de personeelsbezetting klein.
  • De kansen die sociale media en websites bieden betekenen dat sommige organisaties is staat zijn om een breed bereik te realiseren met weinig menselijke en financiële middelen en met vrijwilligers. Er waren geen voorbeelden van formele banden met politieke partijen en de onderzochte organisaties hebben de neiging zich hiervan te distanciëren. In overeenstemming met bestaand onderzoek naar de vierde feministische golf, kan men stellen dat vele van de organisaties uit het vierde golf feminisme steunen op online activiteiten. Kortom: digitale en sociale media zijn een belangrijke opportuniteit voor nieuwe vormen van feminisme.

Meer weten over het feminisme?

In het rapport wordt gesteld dat er nu nieuwe feministische bewegingen opkomen enkel en alleen om de negatieve ervaringen van vrouwen te documenteren. Maar vergeet ook niet dat er tal van vrouwendocumentatiecentra en -archieven bestaan die beschikken over een rijke collectie aan werken die het debat rond het feminisme kunnen voeden. De inspanningen van deze centra om gendervraagstukken op de agenda te zetten worden vaak onvoldoende erkend, zeker nu iedereen ervan overtuigd is dat alle informatie gemakkelijk terug te vinden is via het internet. Nochthans maakt de vakkundige ontsluiting van feministische literatuur en archieffondsen (via de toekenning van metadata) door documentalisten en archivarissen integraal deel uit van een feministisch activisme [2].

Het Amazone Documentatiecentrum Genderbeleid is gespecialiseerd in grijze literatuur, met focus op beleidsdocumenten en teksten uit de vrouwenbeweging. Het heeft een gezamenlijke catalogus met het Archief- en Onderzoekscentrum voor Vrouwengeschiedenis, die toegang geeft tot een rijke collectie van werken rond het feminisme.

- Bekijk onze rijke collectie rond het thema "feminisme" via onze catalogus". Gebruik als starter bv. de zoekterm "feminisme" en verfijn vervolgens.

U kan ook de OPAC van RoSa (Expertisecentrum, bibliotheek en archief voor gelijke kansen m/v, feminisme en gender) raadplegen en grasduinen in hun collectie van meer dan 30 000 bibliografische referenties.

En vergeet ook niet de Bibliothèque Léonie Lafontaine (Université des Femmes). Deze Franstalige bibliotheek heeft een gespecialiseerde collectie met literatuur rond de situatie van vrouwen, feminisme, genderverhoudingen en seksualiteit (20.000 referenties).

Andere bronnen in Europa ontdekken, buiten België? Raadpleeg de blog van WINE of het Documentatiecentrum van het Europees Instituut voor Gendergelijkheid.

[1] Of met ATGENDER (noot redactie)

[2] Zie hierover ook de publicatie "Teaching gender with libraries: the power of Information"