Logo Printen Logo RSS logo facebook

Belgisch informatieverslag voor de CSW

Belgisch informatieverslag voor de CSW

Van 9 tot 20 maart 2015 vindt de 59ste zitting van de Commissie voor de Status van de Vrouw (Commission on the Status of Women - CSW) plaats in de hoofdzetel van de Verenigde Naties in New York. Dit jaar is het een speciaal jaar, aangezien het de 20ste verjaardag (Peking +20) is van de Verklaring van Peking en het bijhorend Actieplatform van Peking.

Speciaal daarom heeft de bevoegde Senaatscommissie (de commissie voor de transversale aangelegenheden – gemeenschapsbevoegdheden) een consensus bereikt over het informatieverslag over de opvolging van de Vierde VN-Wereldvrouwenconferentie van Peking. Vrijdag 06 maart volgde een plenaire bespreking zodat federaal staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs de tekst kon meenemen naar de conferentie.

Verklaring en Actieprogramma van Peking

De Vierde VN-Wereldvrouwenconferentie in Peking in 1995 resulteerde in een Verklaring en een Actieprogramma. Deze documenten dienen als basis voor emancipatiebeleid wereldwijd en vormen het uitgangspunt voor een vijfjaarlijkse screening van de situatie van vrouwen. Het doel van deze instrumenten was het waarborgen van de fundamentele mensenrechten van vrouwen en meisjes, het verbeteren van de positie van vrouwen en het wegwerken van de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen in twaalf prioritaire actiedomeinen. Deze twaalf punten zijn:

  • Armoede
  • Onderwijs en opleiding van vrouwen
  • Vrouwen en gezondheid
  • Geweld tegen vrouwen
  • Vrouwen en gewapende conflicten
  • Vrouwen en de economie
  • Vrouwen en besluitvorming
  • Institutionele mechanismen voor de verbetering van de positie van de vrouw
  • Mensenrechten van vrouwen
  • Vrouwen en de media
  • Vrouwen en het milieu
  • Meisjes

Opvolging Verklaring van Peking in België

De verwezenlijking van de gelijkheid van mannen en vrouwen is een aangelegenheid waarbij verschillende overheden betrokken zijn. Bij de meeste van de twaalf actiepunten komen de raakvlakken duidelijk tot uiting. Zo is de strijd tegen armoede een gemengde bevoegdheid en hebben zowel het federale als Vlaamse (Actie)Plan bijzondere aandacht voor eenoudergezinnen (vaak alleenstaande moeders). Ook hebben zowel de federale overheid als de deelstaten specifieke maatregelen genomen in de strijd tegen partnergeweld, seksueel geweld en genitale verminking. Daarnaast is het arbeidsmarktbeleid (met thema’s als moederschapsverlof, loonkloof, vrouwelijk ondernemerschap enzovoort) een prioriteit voor zowel het federale als regionale niveau.

Ondanks de inspanningen van alle overheden om gendergelijkheid te implementeren is er nog werk aan de winkel. Gendergelijkheid blijft ook een opdracht voor de toekomstige regeringen.

Senaatscommissie ter voorbereiding van Peking +20

Daarom werd het opportuun geacht dat, in het licht van Peking +20, een senaatscommissie onderzocht welke specifieke methodes, initiatieven en maatregelen door de diverse beleidsniveaus genomen kunnen ontwikkeld worden om de gelijkheid van mannen en vrouwen verder te versterken.

Zo moet het horizontale gelijkekansenbeleid verder uitgewerkt en geïmplementeerd worden. De gendermainstreamingstrategie moet concreet en effectief toegepast worden op alle domeinen. Er is nog steeds een gebrek aan onder meer statistieken opgesplitst per geslacht, een gebrek aan menselijk kapitaal om de aanpak toe te passen en een gebrek aan belangstelling in de beleidsdomeinen voor gendergelijkheid. Ook genderbudgetting wordt niet voldoende of niet correct gehanteerd.

Daarnaast moet ook het verticale gelijkekansenbeleid verder uitgewerkt worden. Daarbij moet er een bijzondere aandacht zijn voor drie kerndomeinen: het arbeidsmarktbeleid, gelijke participatie in de besluitvorming en gendergerelateerd geweld.

De Senaat werd dus eind 2014 gevraagd om een informatieverslag op te stellen, dat zowel de geboekte verwezenlijkingen evalueert als de toekomstlijnen uittekent. Dit verslag kon dan door staatssecretaris Elke Sleurs meegenomen worden naar de 59ste zitting van de Commissie voor de Rechten van de Vrouw in New York. Om het informatieverslag zo volledig mogelijk te schrijven werd er gebruik gemaakt van verschillende methodieken: hoorzittingen met alle actoren en experten in het domein van gendergelijkheid, inzage van bestaande rapporten, documenten en studies, en goede praktijken inzake gendergelijkheid in binnen- en buitenland.

Onder meer onderzoekers inzake gender en specialisten uit de vrouwenbeweging werd gehoord tijdens deze hoorzittingen. Zo werden Chris Verhaegen (IGVM), Marleen Temmerman (UGent), Magda De Meyer (Nederlandstalige Vrouwenraad), Viviane Teitelbaum (Franstalige Vrouwenraad), Hildegard Van Hove (RoSa), Ilse De Vooght (Femma) en Sofie De Graeve (Vrouwen Overleg Komitee) gevraagd als expert. Daarnaast werden ook Elke Sleurs (federaal staatssecretaris voor Gelijke Kansen), Bianca Debaets (Brussels staatssecretaris voor Gelijke Kansen) en Sandrine Debunne (adjunct-kabinetschef van Isabelle Simonis, minister van de Franse gemeenschap voor Vrouwenrechten en Gelijke Kansen) bevraagd.

Informatieverslag ter gelegenheid van Peking +20

Het informatieverslag stelt dat er in België sinds 1995 een aanzienlijke vooruitgang geboekt is. Desondanks blijven er significante ongelijkheden tussen mannen en vrouwen, onder meer in de tewerkstellingsgraad, de ongelijke verdeling tussen arbeid en zorg, de pensioen- en loonkloof, de vertegenwoordiging in de besluitvormingsorganen en het bestuur van bedrijven. De beeldvorming en rollenpatronen over mannen en vrouwen blijft erg stereotiep en seksistisch. Geweld en seksisme wordt nog te veel gebanaliseerd en het aantal geregistreerde verkrachtingen ligt nog steeds boven de 3.000 per jaar. Ook de cijfers inzake partnergeweld liggen nog steeds hoog.

Bovendien dienen er zich steeds ook nieuwe uitdagingen aan door onder meer de impact van de crisis, de vergrijzing, het stijgend aantal alleenstaande ouders (voornamelijk moeders), de toenemende milieuvervuiling en de kwetsbaarheid van vrouwen met een migratieachtergrond. Ook waarschuwt het informatieverslag voor een verslapping van aandacht voor vrouwenrechten omdat men denkt dat deze rechten al verworven zijn.

Ondanks een breed wettelijk kader voor de gelijkheid tussen vrouwen en mannen (antidiscriminatiewetten, anti-seksismewet, quotawetten, wet op de gendermainstreaming) en het feit dat elk beleidsniveau een minister of staatssecretaris heeft voor het gelijke kansenbeleid, is er nog werk aan de winkel. De aanbevelingen in het verslag hebben tot doel de vooruitgang en samenwerking rond gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen tussen de verschillende overheden.

Het informatieverslag formuleert enkele algemene aanbevelingen.

  • Ten eerste wil men de huidige beleidsinspanningen versterken, alle beleidsniveaus moeten prioriteit maken van een gelijke kansenbeleid en dit met een ondersteuning van het middenveld zoals de vrouwenorganisaties.
  • Ten tweede moet de Senaat waken over de monitoring van gendergelijkheid en engageert ze zich om op geregelde tijdstippen de uitvoering van de aanbevelingen uit het informatieverslag over Peking +20 op te volgen. Op het uitvoerende niveau willen de senatoren de oprichting van een Interministeriële Conferentie (IMC) die aandacht heeft voor de beleidscoherentie rond gendergelijkheid. Deze IMC kan ook als forum dienen ter uitwisseling van goede praktijken en beleidseffecten. Ook moet België een voortrekkersrol opnemen bij het toepassen van internationale verdragen zoals bijvoorbeeld de CEDAW en de Conventie van Istanbul, en moet België bij ontwikkelingshulp de vrouwenrechten ondersteunen.
  • Ten derde moeten de institutionele mechanismen en instrumenten versterkt worden. Zo moet er, ter navolging van het nationaal actieplan tegen geweld op vrouwen, een nationaal actieplan tegen de loon- en loopbaankloof komen voor een globale en gecoördineerde aanpak door de federale overheid en de deelstaten. Het nationaal actieplan tegen geweld op vrouwen moet dan weer naast partner- en interfamiliaal geweld ook aandacht hebben voor seksueel en psychisch geweld. Ook moet gendermainstreaming en genderbudgettering, wat wettelijk verplicht is op vele beleidsniveaus, effectief toegepast worden.

Ook stelt het verslag enkele prioriteiten vast.

  • De federale overheid en deelstaten moeten prioriteit maken van een eerste nationaal actieplan tegen de loon- en loopbaankloof. Een gecoördineerde aanpak (met alle beleidsniveaus, sociale partners en middenveld) is noodzakelijk, en dit met een focus op de loonkloof, combinatie arbeid en gezin, verticale en horizontale segregatie, deeltijdse arbeid, opleiding en vorming en de toegang tot een beroep.
  • Het vijfde nationaal actieplan tegen geweld op vrouwen moet naast partner- en intrafamiliaal geweld ook oog hebben voor seksueel en psychisch geweld. Betere actie en coördinatie van en tussen alle actoren is nodig, en er moet specifieke aandacht gaan naar risicogroepen (zwangere vrouwen, vrouwen met een migratieachtergrond, vrouwen in de prostitutie enzovoort).
  • Structurele maatregelen moeten genomen en veralgemeend worden om een gelijke deelname van vrouwen en mannen in de besluitvorming te bereiken. Uit ervaring blijkt dat quota effectief zijn als ze goed ontworpen zijn met concrete kwantitatieve objectieven, een tijdlijn en sancties. Ook streefcijfers zijn effectief als ze deel uitmaken van een geïntegreerde strategie.
  • De beeldvorming van vrouwen en meisjes moet verbeterd worden, net zoals seksisme en genderstereotypering bestreden moet worden. Dit moet gerealiseerd worden door zowel onderwijs als media. Een charter met de media- en reclamesector (en desgevallend wetgevende initiatieven) moet werk maken van een realistische beeldvorming en representatie van vrouwen in media en reclame.
  • Het onderwijs moet inzetten op mechanismen die ervoor zorgen dat jongens en meisjes een genderneutrale studiekeuze maken. Ook moet het lerarenberoep geherwaardeerd worden zodat er een gelijke vertegenwoordiging is in het lerarenkorps.
  • Een verstrekkend beleid is noodzakelijk om gelijke kansen te waarborgen voor kwetsbare vrouwengroepen, zoals alleenstaande moeders, moeders met een handicap, vrouwen in armoede en vrouwen met een migratieachtergrond.
  • België moet samen met de EU internationaal ijveren om vrouwenrechten te versterken binnen de post-2015 ontwikkelingsagenda. Daarnaast moet ons land inzetten op de onvervreemdbare rechten van vrouwen en meisjes wat betreft hun seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Ook moeten vrouwen beschermd worden tegen (seksueel) geweld in (post)conflictgebieden.

Het informatieverslag biedt dan nog een lijvig rapport met vaststellingen aan, verdeeld over de 12 prioritaire actiedomeinen zoals hierboven omschreven.

Meer informatie

Via de dossierfiche krijg je toegang tot het verzoek tot het opstellen van een informatieverslag en tot het informatieverslag zelf.

En ook

Goed om weten: België ondertekende de Istanbul Conventie in 2012 maar heeft deze nog niet geratificeerd. De parlementen van de deelstaten ontwikkelden hiertoe al wel de nodige wetgeving. Enkel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bleef in deze in gebreke. Maar ook hier werd op 7 januari 2015 een ontwerp van ordonnantie ingediend. Indien de ratificatie wordt goedgekeurd door alle deelregeringen, dan kan het federale Parlement wetgeving ontwikkelen om in te stemmen met de ratificatie van deze conventie.


Nieuwsberichten


Kalender

« Mei 2018 »
M D W D V Z Z
30 1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31 1 2 3